Je kiest tussen değil en yok met één vraag: gaat de zin over wat iets is, of over of het er is?

Het idee

Değil ontkent wat iets is of hoe het is: Bu bir kitap değil, Hava soğuk değil. Het staat achter het ontkende woord en krijgt de persoonsuitgangen: değilim, değilsin, değil, değiliz. Yok ontkent dat iets bestaat of in bezit is: Evde süt yok, Param yok. Het is het tegenovergestelde van var.

Patronen vergelijken
BevestigendOntkennend
Evde süt var.Evde süt yok.
Param var.Param yok.
Hava soğuk.Hava soğuk değil.
Biz turistiz.Biz turist değiliz.
Bu çanta benim.Bu çanta benim değil.

Voorbeelden

  • Bu bir kitap değil.Dit is geen boek.
  • Evde süt yok.Er is geen melk in huis.
  • Bugün hava soğuk değil.Het is vandaag niet koud.
  • Benim param yok.Ik heb geen geld.Het voornaamwoord benim mag wegvallen: param laat al zien van wie het geld is.
  • Biz turist değiliz.Wij zijn geen toeristen.De persoonsuitgang komt achter değil: değilim, değilsin, değil, değiliz, değilsiniz, değiller.
  • Çay var, kahve yok.Er is thee, maar geen koffie.
  • Bu çanta benim değil.Deze tas is niet van mij.
  • Bugün zamanım yok.Ik heb vandaag geen tijd.
  • Annem evde değil.Mijn moeder is niet thuis.Annem evde yok zegt men ook van iemand die weg is. Bij dingen en hoeveelheden past alleen yok: Evde süt yok.

Voorlezen gebruikt een synthetische Turkse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Gebruik değil niet voor bezit of aanwezigheid: Param değil betekent niet „ik heb geen geld”, maar „het is niet mijn geld”. Zeg Param yok. Andersom werkt het ook niet: Bu bir kitap yok is fout, en „Dit is geen boek” is Bu bir kitap değil.

Probeer het zelf

  1. Vul aan: Deze tas is niet van mij.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    değil

    değil: de zin zegt van wie de tas is (benim), dus wat hij is, niet of hij er is; daarom değil.

  2. Vul aan: Er is geen brood in huis.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    yok

    yok: het gaat erom of er brood in huis is, het tegenovergestelde van var, dus yok.

  3. Vul aan: Wij zijn geen leraren.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    değiliz

    değiliz: het onderwerp is biz, dus de uitgang -iz komt achter değil; de klinker i vraagt om -iz.

  4. Vul aan: Ik heb vandaag geen tijd.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    yok

    yok: tijd heb je (zamanım, mijn tijd), en niet hebben is yok, het tegenovergestelde van var.

Gebruik het vandaag

Kijk rond in je kamer. Schrijf twee zinnen met yok over wat ontbreekt en twee met değil over wat een voorwerp niet is.