Je kiest tussen zien en kijken en zet de juiste naamval bij wat je ziet of bekijkt.

Het idee

Gebruik görmek wanneer iets in je blikveld komt of je iemand tegenkomt; wat je ziet staat meestal in de accusatief: Ayşe'yi gördüm. Gebruik bakmak wanneer je je ogen bewust op iets richt; het doel krijgt -e/-a: Haritaya bakıyorum. Bij personen en kinderen kan bakmak ook „zorgen voor” betekenen.

Patronen vergelijken
WerkwoordNaamval van het dingVoorbeeld
görmek-i / -ı / -u / -üAyşe'yi gördüm.
bakmak-e / -aHaritaya bakıyorum.

Voorbeelden

  • Dün Ayşe'yi gördüm.Ik heb gisteren Ayşe gezien.Görmek vraagt de accusatief: Ayşe'yi. De apostrof scheidt de eigennaam van het achtervoegsel.
  • Ali haritaya bakıyor.Ali kijkt naar de kaart.
  • Sen bu filmi gördün mü?Heb jij deze film gezien?
  • Menüye bir bakalım.Laten we even naar de menukaart kijken.
  • Buraya bak!Kijk hier!
  • Annem çocuklarıma bakıyor.Mijn moeder zorgt voor mijn kinderen.Bakmak met een persoon in de datief kan „zorgen voor” betekenen; de context laat zien of het om kijken of om zorg gaat.
  • Gözlüğüm yok, tabelayı göremiyorum.Ik heb geen bril bij me, dus ik kan het bord niet zien.

Voorlezen gebruikt een synthetische Turkse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Wie elke „kijken” met görmek vertaalt, verliest de naamval: Haritayı bakıyorum en Haritaya görüyorum zijn allebei fout. Haritayı görüyorum is wel correct, maar betekent „ik zie de kaart”, niet „ik kijk naar de kaart”.

Probeer het zelf

  1. Schrijf bakmak in de onvoltooid tegenwoordige tijd: het kind kijkt naar de vogel.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    bakıyor

    bakıyor: de blik gaat bewust naar de vogel, wat de -a in kuşa laat zien, en die naamval hoort bij bakmak; bij görmek zou hier kuşu staan.

  2. Schrijf görmek in de verleden tijd voor ik: gisteren zag ik Ali op straat.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    gördüm

    gördüm: Ali'yi staat in de accusatief, de naamval van görmek; in de verleden tijd geeft ö de uitgang -dü, en -m betekent „ik”.

  3. Schrijf de kale werkwoordsstam: Kijk hier eens naar!

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    bak

    bak: şuna heeft de uitgang -a, dus bakmak past; de kale stam is de gewone gebiedende wijs.

  4. Schrijf görmek in de verleden tijd voor jij: heb je deze film gezien?

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    gördün

    gördün: bu filmi staat in de accusatief, dus görmek; na de klinker ö komt -dün met ü, en daarna past mü.

Gebruik het vandaag

Schrijf vier zinnen over je kamer: twee met görmek en twee met bakmak. Markeer bij elk ding de naamvaluitgang.