Je kiest tussen öğrenmek en öğretmek door te vragen wie de kennis geeft en wie haar krijgt, en zet de persoon in de juiste naamval.

Het idee

Öğrenmek is leren: het onderwerp is wie kennis opdoet, en de persoon van wie je leert krijgt -den/-dan: Ali'den öğrendim. Öğretmek is iemand iets leren: het onderwerp is wie de kennis geeft, en degene die het geleerd krijgt staat met -e/-a: Ali'ye öğrettim. De zaak zelf is het lijdend voorwerp: Türkçe öğreniyorum, Türkçeyi öğretiyorum.

Patronen vergelijken
WerkwoordIk (heden)Ik (verleden)Met een persoon
öğrenmeköğreniyorumöğrendimAli'den öğrendim
öğretmeköğretiyorumöğrettimAli'ye öğrettim

Voorbeelden

  • Ben Türkçe öğreniyorum.Ik leer Turks.
  • Ayşe bana Türkçe öğretiyor.Ayşe leert me Turks.Bana is ben in de datief: wie iets geleerd krijgt, krijgt -e/-a. Ayşe geeft de kennis en ik neem ze aan, dus öğretiyor.
  • Babam bana yüzmeyi öğretti.Mijn vader heeft me leren zwemmen.
  • Bu şarkıyı büyükannemizden öğrendik.Dit lied hebben we van onze oma geleerd.De persoon van wie je leert krijgt -den/-dan: büyükannemizden. Bij öğretmek krijgt de persoon juist -e/-a.
  • Kızım okulda İngilizce öğreniyor.Mijn dochter leert op school Engels.
  • Annem komşumuzun çocuklarına piyano öğretiyor.Mijn moeder geeft de kinderen van onze buurman pianoles.
  • Kızıma saat okumayı öğretiyorum.Ik leer mijn dochter de klok kijken.
  • Yeni bir dil öğrenmek zaman alır.Een nieuwe taal leren kost tijd.
  • öğretmenlerimizeaan onze lerarenöğretmenlerHet meervoud -ler / -lar: vorm en plaatsimiz-imiz / -ımız / -umuz / -ümüz: ons en onzee-e / -a / -ye / -ya: naar, aan

Voorlezen gebruikt een synthetische Turkse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Laat niet één werkwoord beide taken doen, zoals Frans apprendre of Russisch учить kunnen: Ayşe bana Türkçe öğreniyor is fout als Ayşe de leraar is, want dan is het öğretiyor. Ook de naamval van de persoon verandert: je leert van iemand (Ayşe'den öğrendim), maar je leert iemand iets (Ayşe'ye öğrettim).

Probeer het zelf

  1. Vul het werkwoord in: Mijn moeder heeft me leren koken.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    öğretti

    öğretti: je moeder geeft de kennis, dus öğretmek, en bana toont wie haar krijgt; de verleden tijd eindigt op -ti, omdat öğret- op de stemloze t eindigt.

  2. Vul het werkwoord in: Ik leer Duits.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    öğreniyorum

    öğreniyorum: jij doet de kennis op, dus öğrenmek; -iyor volgt op de stam öğren- en -um betekent „ik”.

  3. Vul het werkwoord in: Dit recept hebben we van onze buurman geleerd.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    öğrendik

    öğrendik: de buurman is de bron, aangegeven met -dan, dus past het werkwoord van de lerende, öğrenmek; -di volgt op de stemhebbende n en -k betekent „wij”.

  4. Vul het werkwoord in: De leraar leert de kinderen de letters.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    öğretiyor

    öğretiyor: de leraar geeft de letters en de kinderen staan met -a in çocuklara, dus öğretmek; de slot-t van öğret- blijft voor -iyor staan.

Gebruik het vandaag

Schrijf vier zinnen: twee over iets wat je leert en van wie, en twee over iets wat je kunt leren en aan wie. Controleer de naamval van elke persoon.