Je leert vragen of je iets mag passen, zeggen hoe het zit en vragen naar een andere maat of kleur.

Het idee

Drie kleine patronen dragen een gesprek in een kledingwinkel. Om toestemming te vragen voeg je -ebilir aan het werkwoord toe en zet je het vraagwoordje erachter: Bunu deneyebilir miyim? Om te zeggen hoe iets zit, zet je de persoon in de datief: Bu ceket bana büyük. Om naar een andere maat of kleur te vragen, maak je van het bijvoeglijk naamwoord een zelfstandig naamwoord met de uitgang voor „ervan”: Bir beden küçüğü var mı?, Bunun mavisi var mı?

Patronen vergelijken
WoordZijn vormVoorbeeld
büyükbüyüğüBir beden büyüğü var mı?
küçükküçüğüBir beden küçüğü var mı?
kırmızıkırmızısıBunun kırmızısı var mı?
mavimavisiBunun mavisi var mı?
siyahsiyahıBunun siyahı var mı?
beyazbeyazıBunun beyazı var mı?
yeşilyeşiliBunun yeşili var mı?

Voorbeelden

  • Bunu deneyebilir miyim?Mag ik dit passen?Het achtervoegsel -ebilir voegt „kunnen” toe: dene + y + ebilir. Het vraagwoordje volgt en de laatste klinker i geeft miyim.
  • Bu ceket bana büyük.Dit jasje is me te groot.De pasvorm wordt aan de persoon gekoppeld, dus ben staat in de datief: bana. Benim zou „mijn” betekenen.
  • Bir beden küçüğü var mı?Hebt u een maat kleiner?De slot-k van küçük wordt voor een klinker ğ: küçük + ü = küçüğü. Bir beden betekent „één maat”.
  • Bunun kırmızısı var mı?Is dit er ook in rood?De kleur wordt met een bezitsuitgang „de rode ervan”: kırmızı + sı. Na een klinker is de uitgang -sı of -si, niet -ı.
  • Deneme kabini nerede?Waar is de paskamer?
  • Bir beden büyüğünü deneyebilir miyim?Mag ik de maat groter passen?
  • Tamam, bunu alıyorum.Goed, ik neem dit.
  • büyüğünüde groterebüyüğü-i / -si: zijn, haarnTussen-n: evinde, evinden, evineü-i / -ı / -u / -ü: het bepaalde lijdend voorwerp

Voorlezen gebruikt een synthetische Turkse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Zeg niet Bu ceket benim büyük: benim betekent „mijn”, en de pasvorm hoort bij de persoon, dus gebruik bana (sana voor „jou”). Ook verliezen büyük en küçük hun slot-k voor een klinker: büyüğü en küçüğü, nooit büyükü.

Probeer het zelf

  1. Voeg de accusatief toe aan bu (dit): Mag ik dit passen?

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Bunu

    bunu: denemek heeft een lijdend voorwerp, dus bu krijgt de accusatief, met een n tussen de twee klinkers: bu + n + u.

  2. Zet ben (ik) in de datief: Deze schoen zit me te strak.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    bana

    bana: de pasvorm hoort bij de persoon, dus ben gaat in de datief. De vorm is onregelmatig: bana, niet bene.

  3. Voeg het achtervoegsel toe aan büyük (groot): Hebt u een maat groter?

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    büyüğü

    büyüğü: de slot-k wordt voor een klinker ğ, en de laatste klinker ü geeft de uitgang -ü: büyük + ü.

  4. Voeg het achtervoegsel toe aan kırmızı (rood): Is dit er ook in rood?

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    kırmızısı

    kırmızısı: na een klinker is de uitgang -sı in plaats van -ı, en de laatste klinker ı geeft -sı: kırmızı + sı.

Gebruik het vandaag

Stel je voor dat je in een winkel bent. Schrijf vier regels: vraag of je iets mag passen, zeg dat het te groot of te klein is, vraag naar een maat groter of kleiner en vraag naar een andere kleur.