Je leert onderscheid maken tussen een concrete taak begrijpen en kennis hebben van een vakgebied. Daarna verbind je werkwoorden die verschillende naamvallen vragen. Lees eerst de hele situatie.

Het idee

Leer een werkwoord samen met zijn aanvulling en de bedoelde betekenis. In bu işi anlamak benoemt de accusatief de concrete taak die je begrijpt; bu işten anlamak met de ablatief betekent verstand hebben van dat soort werk. Je kunt naamvallen dus niet zomaar verwisselen. Omgekeerd bepaalt een naamval niet op zichzelf de betekenis: karara katılmak betekent instemmen met een beslissing en toplantıya katılmak deelnemen aan een vergadering; beide krijgen de datief. Kies bij verbonden zinnen voor elk werkwoord afzonderlijk de juiste aanvulling.

Voorbeelden

  • Ben bu işi anlıyorum.Ik begrijp deze taak.
  • Ben bu işten anlıyorum.Ik heb verstand van dit soort werk.
  • Ben bu karara katılıyorum.Ik ben het eens met deze beslissing.
  • Yarın toplantıya katılacağım.Ik zal morgen aan de vergadering deelnemen.
  • Bu öneriyi destekliyorum ve bu öneriye inanıyorum.Ik steun dit voorstel en geloof erin.
  • Sana güveniyorum, ama bu açıklamadan şüpheleniyorum.Ik vertrouw je, maar ik vind deze uitleg verdacht.
  • Bu projeden vazgeçmek istemiyorum.Ik wil dit project niet opgeven.

Voorlezen gebruikt een synthetische Turkse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Neem de accusatief uit bu öneriyi destekliyorum niet over bij inanıyorum. Om een voorstel te steunen en erin te geloven, zeg je bu öneriyi destekliyorum ve bu öneriye inanıyorum. Het gaat tweemaal om hetzelfde voorstel, maar de werkwoorden vragen verschillende naamvallen.

Probeer het zelf

  1. Vul de juiste vorm van iş in: Ik begrijp deze taak; nu is duidelijk wat ik ga doen.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    işi

    işi: Het vervolg maakt duidelijk dat de spreker nu weet wat er moet gebeuren. Het gaat om begrip van een concrete taak, niet om vakkennis.

  2. Vul de juiste vorm van iş in: Ik heb verstand van dit werk; ik werk al jaren op dit gebied.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    işten

    işten: Jarenlange ervaring op dit gebied onderbouwt de praktische kennis. Met işi zou de zin juist zeggen dat de spreker de concrete taak begrijpt.

  3. Vul de juiste vorm van karar in: Ik ben het eens met deze beslissing; volgens mij is het de juiste keuze.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    karara

    karara: De keuze wordt juist genoemd; dat drukt instemming met de beslissing uit. Het gaat niet om deelname aan een bijeenkomst, ook al vraagt die betekenis eveneens de datief.

  4. Vul de juiste vorm van öneri in: Ik steun dit voorstel en geloof erin.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    öneriye

    öneriye: De tweede deelzin drukt geloof in het voorstel uit. De aanvulling hoort bij inanıyorum, hoewel destekliyorum eerder al öneriyi kreeg.

Gebruik het vandaag

Schrijf twee korte situaties bij bu işi anlıyorum en bu işten anlıyorum. Verbind daarna steun voor een voorstel met geloof erin. Onderstreep elke aanvulling en leg de naamvalkeuze uit.