Je koppelt werkwoorden aan hun naamval en bouwt zinnen waarin het zelfstandig naamwoord het achtervoegsel krijgt dat het werkwoord vraagt.

Het idee

Elk Turks werkwoord bepaalt zelf de naamval van het zelfstandig naamwoord waarop het werkt, en die naamval verschilt vaak van het Nederlandse voorzetsel. Dinlemek (‘luisteren naar’) en beklemek (‘wachten op’) vragen de accusatief: müziği dinlemek, otobüsü beklemek. Bakmak en yardım etmek vragen de datief: kuşlara bakmak, anneme yardım etmek. Korkmak vraagt de ablatief (köpekten korkmak), konuşmak de instrumentalis (babamla konuşmak) en kalmak de locatief (evde kalmak). Leer elk werkwoord samen met zijn naamval.

Patronen vergelijken
AchtervoegselWerkwoordVoorbeeld
-idinlemekmüziği dinlemek
-ibeklemekotobüsü beklemek
-iaramakanahtarı aramak
-e / -abakmakkuşlara bakmak
-e / -ayardım etmekanneme yardım etmek
-e / -abaşlamakderse başlamak
-e / -abenzemekbabasına benzemek
-den / -dankorkmakköpekten korkmak
-den / -danhoşlanmaksütten hoşlanmak
-den / -danvazgeçmeksigaradan vazgeçmek
-le / -lakonuşmakbabamla konuşmak
-le / -latanışmakElif'le tanışmak
-de / -dakalmakevde kalmak

Voorbeelden

  • Ben müziği dinliyorum.Ik luister naar de muziek.Dinlemek vraagt de accusatief: müziği is het lijdend voorwerp en er is geen woord voor ‘naar’.
  • Annem beni bekliyor.Mijn moeder wacht op mij.Beklemek vraagt de accusatief, dus ‘wacht op mij’ is gewoon beni bekliyor, zonder woord voor ‘op’.
  • Kedi köpekten korkuyor.De kat is bang voor de hond.
  • Çocuklar kuşlara bakıyor.De kinderen kijken naar de vogels.
  • Ayşe babasıyla konuşuyor.Ayşe praat met haar vader.
  • Anneme yardım ediyorum.Ik help mijn moeder.Yardım etmek vraagt de datief: de geholpen persoon is anneme, ‘aan mijn moeder’. Annemi yardım ediyorum zou fout zijn.
  • Hafta sonu evde kalıyorum.In het weekend blijf ik thuis.Kalmak vraagt de locatief: de plaats waar je blijft staat in de locatief, dus evde.
  • köpektenvan de hondköpekten-den / -dan / -ten / -tan: van, uit
  • kuşlaranaar de vogelskuşlarHet meervoud -ler / -lar: vorm en plaatsa-e / -a / -ye / -ya: naar, aan
  • ailemlemet mijn gezinailem-im / -ım / -um / -üm / -m: mijnle-le / -la: met, per

Voorlezen gebruikt een synthetische Turkse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Kopieer het Nederlandse voorzetsel niet. Het ‘naar’ in ‘luisteren naar’ en het ‘op’ in ‘wachten op’ doen een richting of plaats vermoeden, maar Müziğe dinliyorum en Otobüse bekliyorum zijn fout: beide werkwoorden vragen de accusatief, dus müziği dinliyorum en otobüsü bekliyorum. Is het object algemeen en niet bepaald, dan valt het achtervoegsel weg: müzik dinliyorum.

Probeer het zelf

  1. Voeg het achtervoegsel toe dat het werkwoord vraagt: Ik ben bang voor de kat.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    kediden

    kediden: korkmak vraagt de ablatief, en kedi eindigt op de voorklinker i, dus -den.

  2. Voeg het achtervoegsel toe dat het werkwoord vraagt: Ik wacht op mijn moeder.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    annemi

    annemi: beklemek vraagt de accusatief en heeft zelf geen voorzetsel; de laatste klinker e geeft -i.

  3. Voeg het achtervoegsel toe dat het werkwoord vraagt: Ik kijk naar het bord.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    tahtaya

    tahtaya: bakmak vraagt de datief (‘kijken naar’); na de klinker a komt een tussenmedeklinker y, dus -ya.

  4. Voeg het achtervoegsel toe dat het werkwoord vraagt: Ik praat met mijn opa.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    dedemle

    dedemle: konuşmak vraagt de instrumentalis (‘met’); de laatste klinker e geeft -le, zonder tussenmedeklinker na m.

Gebruik het vandaag

Schrijf vier zinnen over je dag, elk met een ander werkwoord uit de tabel. Zeg bij elk zelfstandig naamwoord welke naamval het werkwoord vroeg en waarom.