Op B2 leer je een lang werkwoord van binnen naar buiten te lezen. Je onderscheidt twee causatieve lagen van een causatief met een lijdende vorm en bepaalt uit de context wie het werk uitvoert.

Het idee

Een causatief kan nog een causatief krijgen: pişmek betekent gaar worden, pişirmek iets koken en pişirtmek iemand iets laten koken. In Aşçı yardımcısına çorbayı pişirtti kookt de assistent; de kok geeft de opdracht. Bij temizletmek → temizlettirmek kan de extra laag een opdracht via een tussenpersoon uitdrukken. Voor de combinaties hier geldt: stam → causatief → eventueel tweede causatief → lijdende vorm → ontkenning → tijd/persoon. In temizle-t-tir-il-di staan beide causatieven dus vóór de lijdende vorm. In Raflar marangozlara yaptırıldı zijn de planken het onderwerp, voeren de timmerlieden het werk uit en blijft de opdrachtgever ongenoemd.

Patronen vergelijken
Gezegde in delenZin in context
piş-ir-t-tiAşçı yardımcısına çorbayı pişirtti.
temizle-t-tir-diMüdür salonu görevliye temizlettirdi.
yap-tır-ıl-dıRaflar marangozlara yaptırıldı.
bas-tır-t-ıl-ma-dıAfişler bu hafta bastırtılmadı.

Voorbeelden

  • Aşçı yardımcısına çorbayı pişirtti.De kok liet de assistent de soep koken.
  • Müdür salonu görevliye temizlettirdi.De manager liet de medewerker regelen dat de zaal werd schoongemaakt.In dit voorbeeld belde de medewerker de schoonmaakploeg. De manager regelde het werk via die medewerker, die de zaal niet zelf schoonmaakte. De context maakt de tussenrol dus duidelijk.
  • Kooperatif rafları geçen ay yaptırdı.De coöperatie liet de planken vorige maand maken.
  • Raflar marangozlara yaptırıldı.Voor het maken van de planken werd een opdracht aan timmerlieden gegeven.
  • Salon dün temizlettirildi.Gisteren werd geregeld dat de zaal werd schoongemaakt.
  • Afişler bu hafta bastırtılmadı.Deze week werd geen opdracht gegeven om de posters te laten drukken.

Voorlezen gebruikt een synthetische Turkse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Tel geen personen door alleen suffixen te tellen. De eerste causatief in pişirtmek vormt het overgankelijke werkwoord “iets koken” en voegt op zichzelf geen tussenpersoon toe. Ook yaptırtmak kan in gebruik overlappen met de enkele causatief. Maak de context duidelijk als bemiddeling van belang is. Yaptırıldı is causatief plus lijdende vorm, geen dubbele causatief.

Probeer het zelf

  1. De kok liet de assistent de soep koken. Voeg één causatieve laag toe aan pişirmek en gebruik de bepaalde verleden tijd, derde persoon enkelvoud: Aşçı yardımcısına çorbayı ___.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    pişirtti

    pişirtti: de assistent kookt de soep; de kok doet dat niet zelf, zoals pişirdi zou aangeven. Aan pişir- komt -t, gevolgd door de verleden tijd -ti: daarom staan er twee letters t naast elkaar.

  2. Voeg aan de basis van temizlemek twee causatieve lagen toe en geef de infinitief.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    temizlettirmek

    temizlettirmek: aan temizle-t- voeg je de tweede causatief -tir- toe. De twee opeenvolgende letters t horen bij verschillende suffixen en blijven vóór de infinitief -mek staan.

  3. Zet yaptırmak in de lijdende vorm, bepaalde verleden tijd, derde persoon enkelvoud: Raflar marangozlara ___. De planken werden bij timmerlieden besteld.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    yaptırıldı

    yaptırıldı: de planken zijn het voorwerp van de opdracht. De uitvoerders blijven marangozlara; door -ıl- is de opdrachtgever niet langer het onderwerp, terwijl -dı de verleden tijd behoudt.

  4. Maak van basmak een werkwoord met twee causatieven, lijdende vorm, ontkenning en bepaalde verleden tijd, derde persoon enkelvoud: Afişler bu hafta ___. Er werd geen drukopdracht gegeven.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    bastırtılmadı

    bastırtılmadı: in bas-tır-t-ıl-ma-dı volgen op twee causatieven de lijdende vorm, ontkenning en verleden tijd. De drukopdracht wordt ontkend; er staat niet dat iemand een drukverbod oplegde.

Gebruik het vandaag

Beschrijf een opdracht via een tussenpersoon in twee korte zinnen met duidelijke rollen. Zet de zin over het uitbestede werk daarna in de lijdende vorm en ontken hem. Markeer de causatieve en passieve suffixen vóór de ontkenning.