Je zegt met istemek wat je wilt en met lazım wat je nodig hebt, en ziet waarom de twee zinnen zo verschillend gebouwd zijn.

Het idee

istemek („willen”) is een regelmatig werkwoord: istiyorum, istiyorsun, istiyor, istiyoruz, istiyorsunuz, istiyorlar. Het staat bij een zelfstandig naamwoord (çay istiyorum; een bepaald voorwerp krijgt de accusatief: bu kitabı istiyorum) of bij een infinitief op -mek/-mak (gitmek istiyorum). Voor „nodig hebben” gebruikt het Turks lazım („nodig”): wie iets nodig heeft, staat in de datief (bana, sana, ona, bize, size, onlara) en wat nodig is, krijgt geen uitgang: Bana su lazım. lazım verandert nooit naar persoon.

Patronen vergelijken
Persoonistemek in de tegenwoordige tijdDatief bij lazımVoorbeeld
benistiyorumbanaBana çay lazım.
senistiyorsunsanaSana kalem lazım.
oistiyoronaOna zaman lazım.
bizistiyoruzbizeBize harita lazım.
sizistiyorsunuzsizeSize yardım lazım mı?
onlaristiyorlaronlaraOnlara bilet lazım.

Voorbeelden

  • Ben bir çay istiyorum.Ik wil graag een thee.
  • Yarın eve gitmek istiyorum.Ik wil morgen naar huis gaan.
  • Bana biraz su lazım.Ik heb wat water nodig.Wie iets nodig heeft, staat in de datief (bana, „aan mij”); wat nodig is, krijgt geen uitgang. Lazım verandert nooit naar persoon.
  • Sana para lazım mı?Heb je geld nodig?
  • Bu kitabı istiyorum.Ik wil dit boek.Een bepaald voorwerp (dit boek) krijgt de accusatief: kitabı. Een onbepaald niet: bir kitap istiyorum.
  • Çocuklar dondurma istiyor.De kinderen willen ijs.Bij een meervoudig onderwerp staat het werkwoord meestal in het enkelvoud: çocuklar istiyor. Istiyorlar kan ook.
  • Biz sinemaya gitmek istemiyoruz.Wij willen niet naar de bioscoop gaan.
  • Bugün dinlenmek lazım.Vandaag is het nodig om uit te rusten.Zonder persoon zegt lazım met de kale infinitief wat in het algemeen moet. Voor jezelf komt de bezitsuitgang erbij: gitmem lazım, „ik moet gaan”.
  • içmekdrinkeniçmek-mek / -mak: de infinitief
  • almaknemen, kopenalmak-mek / -mak: de infinitief

Voorlezen gebruikt een synthetische Turkse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Zeg niet Ben su lazım: wie iets nodig heeft, is niet het onderwerp maar „aan mij” in de datief, dus Bana su lazım. Na istemek blijft het tweede werkwoord een infinitief (gitmek istiyorum, niet gidiyorum istiyorum) en de ontkenning komt bij istemek: istemiyorum.

Probeer het zelf

  1. Vul istemek in de tegenwoordige tijd in: Ik wil thee.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    istiyorum

    istiyorum: de laatste e van iste- valt weg voor -iyor, en -um staat voor „ik”.

  2. Vul de persoon in: Ik heb water nodig.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Bana

    Bana: wie iets nodig heeft, staat in de datief, en ben wordt onregelmatig bana, niet bene.

  3. Maak de zin ontkennend: Wij willen niet naar huis gaan.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    istemiyoruz

    istemiyoruz: de ontkenning -me- hoort bij istemek, niet bij gitmek, en -uz staat voor „wij”.

  4. Vul istemek in: De kinderen willen water.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    istiyor / istiyorlar

    istiyor of istiyorlar: na een meervoudig zelfstandig naamwoord staat het werkwoord meestal in het enkelvoud, maar istiyorlar is ook juist.

Gebruik het vandaag

Schrijf vier zinnen: twee over dingen die je wilt en twee over dingen die je nodig hebt. Controleer in elke zin met lazım of de persoon in de datief staat.