Je vraagt een vriend en een leraar hoe het gaat en antwoordt over jezelf met één woord.

Het idee

Nasıl betekent „hoe”, en het achtervoegsel erna toont wie je aanspreekt: nasılsın voor één persoon die je met sen aanspreekt (vriend, familielid, kind), nasılsınız voor siz (iemand ouder, een vreemde, een klant of meerdere mensen). Het antwoord is een woord voor je toestand plus het achtervoegsel voor „ik”: iyiyim, yorgunum, kötüyüm. Na een klinker (iyi, kötü) komt er een y tussen woord en achtervoegsel, en de klinker van het achtervoegsel volgt de laatste klinker van het woord: -im, -üm, -um.

Patronen vergelijken
Woordik (ben)jij (sen)u (siz)
iyiiyiyimiyisiniyisiniz
kötükötüyümkötüsünkötüsünüz
yorgunyorgunumyorgunsunyorgunsunuz
hazırhazırımhazırsınhazırsınız

Voorbeelden

  • Ayşe, bugün nasılsın?Ayşe, hoe gaat het vandaag met je?
  • İyiyim, teşekkür ederim.Het gaat goed, dank je.Het ene woord iyiyim betekent al „het gaat goed met me”, dus het voornaamwoord ben valt weg. De y verbindt iyi met het achtervoegsel.
  • Hocam, siz nasılsınız?Hocam, hoe maakt u het?Hocam, letterlijk „mijn leraar”, is een respectvolle aanspreekvorm voor een leraar. Siz vraagt beleefd en hoort bij het achtervoegsel -sınız; siz zelf mag wegvallen.
  • Nasılsın?Hoe gaat het?Dit is de vorm voor één persoon die je met sen aanspreekt: een vriend, familielid, klasgenoot of kind. Het voornaamwoord sen valt meestal weg.
  • nasılsınızHoe maakt u het?nasılsınız-im / -sin / -iz / -siniz: ik ben, je bent, wij zijn
  • iyiyimhet gaat goed met meiyiyim-im / -sin / -iz / -siniz: ik ben, je bent, wij zijn
  • yorgunumik ben moeyorgunum-im / -sin / -iz / -siniz: ik ben, je bent, wij zijn
  • Fena değilim, sen nasılsın?Niet slecht, en jij?Değilim is de ontkenning van „ik ben”. Hier valt sen niet weg: door het te noemen geef je de vraag terug.
  • İyi misin?Gaat het goed met je?Je zegt het als iemand er slecht uitziet, niet als groet. Mi staat los en krijgt -sin.

Voorlezen gebruikt een synthetische Turkse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Bouw „het gaat goed met me” niet woord voor woord op: iyim is fout, want na de klinker i heeft het achtervoegsel de y nodig, dus iyiyim. En zeg geen nasılsın tegen een leraar of een vreemde: dat is de vertrouwelijke sen-vorm, de beleefde is nasılsınız.

Probeer het zelf

  1. Zeg „het gaat goed met me” met iyi (goed): voeg het achtervoegsel voor „ik” toe.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    iyiyim

    iyiyim: iyi eindigt op een klinker, dus komt er een y voor het achtervoegsel, en de laatste klinker i geeft -im.

  2. Zeg „het gaat slecht met me” met kötü (slecht): voeg het achtervoegsel voor „ik” toe.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    kötüyüm

    kötüyüm: kötü eindigt op de klinker ü, dus komt er een y bij, en ü geeft -üm.

  3. Zeg „ik ben moe” met yorgun (moe): voeg het achtervoegsel voor „ik” toe.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    yorgunum

    yorgunum: yorgun eindigt op de medeklinker n, dus is er geen y nodig, en de klinker u geeft -um.

  4. Vraag je leraar beleefd hoe het met hem of haar gaat.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    nasılsınız

    nasılsınız: een leraar spreek je aan met siz, dus het achtervoegsel is -sınız, en ı volgt de laatste klinker van nasıl.

Gebruik het vandaag

Schrijf twee korte dialogen, een met een vriend en een met je leraar, elk met een vraag en een antwoord. Controleer in elk antwoord de laatste klinker van het toestandswoord en het achtervoegsel.