Je leert de juiste groet kiezen voor het moment: ga je weg of word je achtergelaten, praat je met één vriend of met een groep.

Het idee

In het Turks hangt het afscheid af van wie vertrekt. Wie weggaat zegt hoşça kal, „blijf goed” (kal- betekent blijven); wie blijft zegt güle güle, „ga lachend”. Tegen meer mensen, of beleefd, zegt de vertrekker hoşça kalın. Görüşürüz („we zien elkaar”) past bij beide kanten.

Patronen vergelijken
Wie weggaat zegtWie blijft zegtBeleefd of meervoud
hoşça kalgüle gülehoşça kalın
görüşürüzgörüşürüzgörüşmek üzere
kendine iyi bakkendine iyi bakkendinize iyi bakın

Voorbeelden

  • Ben gidiyorum, hoşça kal.Ik ga weg, doei.Hoşça kal zegt degene die weggaat; letterlijk: „blijf goed” (kal = blijf). Het voornaamwoord ben mag wegvallen.
  • Güle güle, yarın görüşürüz.Doei, tot morgen.Güle güle zegt degene die blijft tegen degene die gaat; letterlijk „lachend, lachend” (gül- = lachen, glimlachen).
  • Hoşça kalın, ben çıkıyorum.Tot ziens allemaal, ik ga ervandoor.Het einde -ın maakt van kal een meervoud of een beleefdheidsvorm: hoşça kalın zeg je tegen meer mensen of tegen iemand die je met u aanspreekt.
  • Öğretmene hoşça kalın dedik.We namen afscheid van de leraar.
  • Kapıda misafirlere güle güle dedik.Bij de deur zwaaiden we de gasten uit.De gasten gaan en de gastheren blijven, dus de gastheren zeggen güle güle (dedik = wij zeiden).
  • görüşürüztot snel (we zien elkaar)görüşWederkerig werkwoordsuffixür-ir / -ar / -er: de aorist (gelir, yapar)üzPersoonsuitgangen van de aoristus: -im, -sin, -iz, -siniz, -ler
  • Kendine iyi bak, güle güle.Zorg goed voor jezelf, doei.

Voorlezen gebruikt een synthetische Turkse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Zeg geen hoşça kal tegen een gast die net je deur uit loopt: je vraagt hem te blijven, terwijl hij juist gaat. Wie blijft zegt güle güle. Andersom is het ook fout: ga jij zelf weg, dan wenst güle güle de ander een goede reis.

Probeer het zelf

  1. Jij gaat weg en je vriend blijft. Vul het afscheid aan: hoşça ___ (blijf).

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    kal

    kal: jij gaat weg, dus je vraagt de ander te blijven, en kal- is het werkwoord voor blijven.

  2. Je gast gaat weg en jij blijft. Typ het afscheid dat jij zegt (twee woorden).

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    güle güle

    güle güle: je gast gaat en jij blijft, dus je wenst hem een lachende reis; het woord zeg je twee keer.

  3. Je verlaat een kamer vol mensen. Vul de meervouds- en beleefdheidsvorm aan: hoşça ___.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    kalın

    kalın: je spreekt meer mensen aan, dus krijgt de gebiedende wijs -ın na de achterklinker a.

  4. Zeg „tot morgen, we zien elkaar”: Yarın ___.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    görüşürüz

    görüşürüz: gör- (zien) + -üş- (elkaar) + -ür- + -üz (wij), „we zien elkaar”; na de voorklinker ö hebben alle uitgangen ü.

Gebruik het vandaag

Stel je drie afscheiden voor: je verlaat het appartement van een vriend, een gast verlaat het jouwe, je verlaat een les. Schrijf op wat elke kant zegt en voeg görüşürüz toe waar het past.