Je maakt de vormen van öğretmen, ziet waarom alle uitgangen erna een voorste klinker hebben en onderscheidt de twee taken van -im.
Het idee
öğretmen eindigt op n, een stemhebbende medeklinker die nooit zachter wordt, dus de uitgangen komen er direct achter. Alleen de laatste klinker bepaalt de harmonie, niet de ö aan het begin: de laatste e is voorste en ongerond. Zo krijg je öğretmenler, öğretmenim, öğretmene, öğretmende en öğretmenden, altijd met e of i en een d na de n.
| Woord | Uitgang | Vorm |
|---|---|---|
| öğretmen | -ler | öğretmenler |
| öğretmen | -im | öğretmenim |
| öğretmen | -imiz | öğretmenimiz |
| öğretmen | -in | öğretmenin |
| öğretmen | -i | öğretmeni |
| öğretmen | -e | öğretmene |
| öğretmen | -de | öğretmende |
| öğretmen | -den | öğretmenden |
| öğretmen | -i + -n + -e | öğretmenine |
Voorbeelden
- Öğretmen sınıfa giriyor.De leraar komt het klaslokaal binnen.
- Kitabı öğretmene veriyorum.Ik geef het boek aan de leraar.
- Yeni öğretmen bize ödev veriyor.De nieuwe leraar geeft ons huiswerk.
- Öğretmenler toplantıda.De leraren zijn in vergadering.
- Ben öğretmenim.Ik ben leraar.Hier betekent -im „ik ben”. Dezelfde uitgang betekent „mijn” in de volgende zin. Het voornaamwoord ben mag wegvallen: Öğretmenim.
- Öğretmenim bana yardım ediyor.Mijn leraar helpt mij.Hier betekent -im „mijn”. Woordvolgorde en context beslissen tussen „mijn leraar” en „ik ben leraar”.
- Öğretmenin kalemi masada.De pen van de leraar ligt op tafel.Hier betekent -in „van de leraar”. In Öğretmenin nerede? betekent dezelfde uitgang „jouw leraar”: „Waar is jouw leraar?”
- öğretmenlerimizdenvan onze lerarenöğretmenlerHet meervoud -ler / -lar: vorm en plaatsimiz-imiz / -ımız / -umuz / -ümüz: ons en onzeden-den / -dan / -ten / -tan: van, uit
- öğretmenineaan zijn of haar leraaröğretmeni-i / -si: zijn, haarnTussen-n: evinde, evinden, evinee-e / -a / -ye / -ya: naar, aan
Voorlezen gebruikt een synthetische Turkse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.
Er is geen Turkse stem op je apparaat beschikbaar. Je kunt de tekst nog steeds lezen.
Let op
De uitgang -im heeft twee taken: Öğretmenim bana yardım ediyor is „Mijn leraar helpt mij”, maar Ben öğretmenim is „Ik ben leraar”. Zo is -in „van de leraar” in öğretmenin kalemi en „jouw leraar” in Öğretmenin nerede?. Woordvolgorde en context laten zien welke bedoeld is.
Probeer het zelf
Maak het meervoud van öğretmen (leraar).
Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord
öğretmenler
öğretmenler: de laatste klinker e is voorste, dus het meervoud is -ler en niet -lar.
Voeg de uitgang toe: Ik stel de leraar de vraag.
Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord
öğretmene
öğretmene: öğretmen eindigt op een medeklinker, dus de datief heeft geen tussen-y nodig, en de voorste klinker geeft -e.
Voeg de uitgang toe aan öğretmen (leraar): Ik ben leraar.
Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord
öğretmenim
öğretmenim: na een medeklinker staat de volledige uitgang -im, en hier betekent die „ik ben”, dus Ben öğretmenim is „Ik ben leraar”.
Voeg de uitgangen toe: Ik geef het cadeau aan zijn of haar leraar.
Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord
öğretmenine
öğretmenine: na het bezitsachtervoegsel -i komt de tussen-n en dan de datief -e; het betekent „aan zijn of haar leraar”.
Oefenronde
Beantwoord vragen en zet waar mogelijk Turkse zinnen en woorden weer in elkaar. We bewaren je score.
Maak het meervoud van öğretmen (leraar).
Voeg de uitgang toe: Ik stel de leraar de vraag.
Voeg de uitgang toe aan öğretmen (leraar): Ik ben leraar.
Voeg de uitgangen toe: Ik geef het cadeau aan zijn of haar leraar.
Tik de woorden in de juiste volgorde aan.
Tik de woorden in de juiste volgorde aan.
Tik de woorden in de juiste volgorde aan.
Tik de delen in de juiste volgorde aan om dit woord te maken: van onze leraren
Tik de delen in de juiste volgorde aan om dit woord te maken: aan zijn of haar leraar
Bewaar je voortgang
Maak gratis een account aan om je oefenresultaten daarin op te slaan.
Account maken en opslaanIk heb al een accountGebruik het vandaag
Schrijf drie zinnen over een leraar die je kent: één met öğretmenim in de zin van „mijn leraar”, één met öğretmene en één met öğretmenden. Zeg bij elke vorm welke vraag hij beantwoordt.

