Je vervoegt açmak (openen, aanzetten) in de onvoltooid tegenwoordige tijd, het verleden, de toekomst en de aoristus en onderscheidt handeling en toestand.

Het idee

De stam aç- eindigt op de stemloze medeklinker ç en heeft de achterklinker a. Daarom nemen de uitgangen hun achtervormen en een t: açıyorum, açtım (verleden -tı, niet -dı), açacağım. De stam zelf verandert niet: açıyor, açar; anders dan bij gitmek → gidiyor verzacht er niets. Wat je opent staat in de accusatief als het bepaald is: kapıyı açıyorum; onbepaald blijft het zonder uitgang: hesap açıyorum.

Patronen vergelijken
PersoonNuVerledenToekomstMeestal
benaçıyorumaçtımaçacağımaçarım
senaçıyorsunaçtınaçacaksınaçarsın
oaçıyoraçtıaçacakaçar
bizaçıyoruzaçtıkaçacağızaçarız
sizaçıyorsunuzaçtınızaçacaksınızaçarsınız
onlaraçıyorlaraçtılaraçacaklaraçarlar

Voorbeelden

  • Annem pencereyi açıyor.Mijn moeder doet het raam open.
  • Dükkânı sabah sekizde açıyoruz.Wij openen de winkel om acht uur 's ochtends.
  • Dün akşam kutuyu açtık.Gisteravond hebben we de doos geopend.De stam eindigt op stemloze ç, dus begint het verleden met t: aç-tı-k, niet açdık.
  • Bu kavanozu açar mısın?Kun je deze pot openmaken?De aoristus açar met het vraagdeeltje geeft een beleefd verzoek; mı wordt los geschreven: açar mısın.
  • Lütfen ışığı aç.Doe alsjeblieft het licht aan.Açmak gebruik je ook voor het aanzetten van licht, tv of kraan; de gebiedende wijs is de kale stam aç.
  • Yarın yeni bir hesap açacağım.Morgen open ik een nieuwe rekening.Hesap is onbepaald (bir hesap), dus zonder accusatiefuitgang; een bekende rekening is hesabı.
  • açacağımik zal openenaçacağ-ecek / -acak: de toekomende tijdım-im / -sin / -iz / -siniz: ik ben, je bent, wij zijnVoor de klinker van -ım wordt de k van -acak een ğ: açacağım. De stam aç zelf blijft gelijk.
  • Kapı açık.De deur is open.Dit beschrijft een toestand, dus gebruikt het Turks het bijvoeglijk naamwoord açık, niet het werkwoord.

Voorlezen gebruikt een synthetische Turkse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Gebruik açmak niet voor een toestand. Kapı açıyor betekent niet „de deur is open”; het werkwoord heeft iemand nodig die opent en iets dat geopend wordt: Annem kapıyı açıyor. Voor de toestand gebruik je açık: Kapı açık. Pas ook op voor aç: de gebiedende wijs „open!” en het bijvoeglijk naamwoord „hongerig” zien er hetzelfde uit (Ben açım = Ik heb honger).

Probeer het zelf

  1. Zet açmak in het verleden voor ben (ik): Gisteren heb ik de deur geopend.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    açtım

    açtım: de stam eindigt op stemloze ç, dus begint de verleden uitgang met t (-tı); de achterklinker geeft ı en -m betekent „ik”.

  2. Zet açmak in de toekomst voor biz (wij): Morgen openen we de winkel.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    açacağız

    açacağız: de achterklinker a geeft -acak; voor de klinker van -ız wordt k een ğ, en -ız betekent „wij”.

  3. Zet açmak in de onvoltooid tegenwoordige tijd: Ze zijn nu de koffer aan het openen.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    açıyorlar

    açıyorlar: de achterklinker a geeft -ıyor, en -lar betekent „zij”.

  4. Vul het woord voor een toestand in, niet voor een handeling: De deur is open.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    açık

    açık: de zin beschrijft een toestand, geen handeling, dus is het bijvoeglijk naamwoord nodig en geen werkwoordsvorm.

Gebruik het vandaag

Schrijf drie zinnen over dingen die je elke dag opent of aanzet: één in de onvoltooid tegenwoordige tijd, één in het verleden en één in de toekomst. Controleer de accusatief bij het lijdend voorwerp.