Je vervoegt yıkamak in de tegenwoordige, verleden en toekomende tijd en in de ontkenning, zet wat je wast in de accusatief en onderscheidt het van yıkmak.
Het idee
Yıkamak betekent iets wassen: handen, afwas, was, een auto. Een bepaald voorwerp staat in de accusatief: ellerimi yıkıyorum, arabayı yıkadım; een algemeen voorwerp blijft zonder uitgang: çamaşır yıkıyorum. De stam yıka- eindigt op een klinker. Voor -yor valt de laatste a weg: yıkıyorum, yıkamıyorum. Voor -acak verschijnt een tussen-y en de k wordt voor een klinker ğ: yıkayacağım. Het verleden hecht direct aan: yıkadım, yıkamadım.
| Persoon | Tegenwoordig | Verleden | Toekomst | Ontkenning (tegenwoordig) |
|---|---|---|---|---|
| ben | yıkıyorum | yıkadım | yıkayacağım | yıkamıyorum |
| sen | yıkıyorsun | yıkadın | yıkayacaksın | yıkamıyorsun |
| o | yıkıyor | yıkadı | yıkayacak | yıkamıyor |
| biz | yıkıyoruz | yıkadık | yıkayacağız | yıkamıyoruz |
| siz | yıkıyorsunuz | yıkadınız | yıkayacaksınız | yıkamıyorsunuz |
| onlar | yıkıyorlar | yıkadılar | yıkayacaklar | yıkamıyorlar |
Voorbeelden
- Ben ellerimi yıkıyorum.Ik was mijn handen.ellerimi: el + ler + im + i. De handen zijn bepaald, dus ze staan in de accusatief na het bezitsachtervoegsel. Het voornaamwoord ben mag wegvallen: Ellerimi yıkıyorum.
- Dün akşam bulaşıkları yıkadım.Gisteravond heb ik de afwas gedaan.
- Yarın arabayı yıkayacağız.Morgen wassen we de auto.De stam yıka- eindigt op een klinker, dus er komt een tussen-y voor -acak, en de k wordt voor -ız een ğ: yıkayacağız.
- Çocuklar ellerini yıkamadı.De kinderen hebben hun handen niet gewassen.
- Annem şimdi çamaşır yıkıyor.Mijn moeder doet nu de was.çamaşır is een algemeen voorwerp, geen bepaald, dus zonder accusatief: çamaşır yıkıyor, niet çamaşırı yıkıyor.
- Sebzeleri yıkadın mı?Heb je de groenten gewassen?Het vraagwoord mı schrijf je los en het volgt het werkwoord: yıkadın mı. De klinker volgt de laatste klinker van yıkadın.
- Eski duvarı yıkıyorlar.Ze slopen de oude muur.Dit is yıkmak (slopen), niet yıkamak. De tegenwoordige tijd yıkıyorlar is voor beide gelijk; het voorwerp duvarı en de situatie laten de betekenis zien.
- yıkadımik heb gewassenyıkadı-di, -dı, -du, -dü, -ti: de verleden tijd (geldi, yaptı)mPersoonsuitgangen van de verleden tijd: -m, -n, -k, -niz, -ler
Voorlezen gebruikt een synthetische Turkse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.
Er is geen Turkse stem op je apparaat beschikbaar. Je kunt de tekst nog steeds lezen.
Let op
De tegenwoordige tijd yıkıyorum is ook die van yıkmak, slopen: duvarı yıkıyorlar betekent dat ze de muur afbreken. Het voorwerp en de verleden tijd maken het verschil: yıkadım is gewassen, yıktım is gesloopt. Jezelf wassen is een ander werkwoord, yıkanmak (yıkandım), niet yıkamak.
Probeer het zelf
Vorm de verleden tijd van yıka- voor ben: ik heb gewassen.
Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord
yıkadım
yıkadım: de stam eindigt op de klinker a, dus de verleden-tijduitgang hecht direct aan; de achterklinker geeft -dı, en -m staat voor ben.
Vorm de toekomende tijd van yıka- voor ben: ik zal wassen.
Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord
yıkayacağım
yıkayacağım: na de klinker a komt een tussen-y voor -acak, en de k verzacht tot ğ omdat de klinker van -ım volgt.
Vul de accusatief in: ik was mijn handen (meervoud, mijn eigen).
Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord
ellerimi
ellerimi: el + ler + im + i; een bepaald meervoudig voorwerp krijgt de accusatief, die helemaal achteraan komt, na het bezitsachtervoegsel.
Vorm de ontkennende verleden tijd van yıka- voor sen: jij hebt niet gewassen.
Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord
yıkamadın
yıkamadın: -ma- staat tussen de stam en het verleden -dı, voor d is geen tussenletter nodig, en -n staat voor sen.
Oefenronde
Beantwoord vragen en zet waar mogelijk Turkse zinnen en woorden weer in elkaar. We bewaren je score.
Vorm de verleden tijd van yıka- voor ben: ik heb gewassen.
Vorm de toekomende tijd van yıka- voor ben: ik zal wassen.
Vul de accusatief in: ik was mijn handen (meervoud, mijn eigen).
Vorm de ontkennende verleden tijd van yıka- voor sen: jij hebt niet gewassen.
Tik de woorden in de juiste volgorde aan.
Tik de woorden in de juiste volgorde aan.
Tik de woorden in de juiste volgorde aan.
Tik de delen in de juiste volgorde aan om dit woord te maken: ik heb gewassen
Bewaar je voortgang
Maak gratis een account aan om je oefenresultaten daarin op te slaan.
Account maken en opslaanIk heb al een accountGebruik het vandaag
Schrijf drie zinnen over wat je vandaag wast, zoals handen, afwas of een auto. Zet elk bepaald voorwerp in de accusatief en controleer de tijdsuitgang.

