Je beslist of een zin gaat over wat nu gebeurt of over wat in het algemeen waar is, en kiest daarbij -iyor of de aorist -ir.

Het idee

Met -iyor zeg je wat nu of in deze periode gebeurt (yağıyor, çalışıyorum) en wat al is afgesproken (yarın gidiyorum). De aorist -ir gebruik je voor gewoonten, algemene feiten en vriendelijke aanbiedingen: içer, yağar, kaynar, Kahve içer misin?

Patronen vergelijken
WerkwoordstamAorist, 3e persoon-iyor, 3e persoon
gelgelirgeliyor
okuokurokuyor
yağyağaryağıyor
içiçeriçiyor
gitgidergidiyor
çalışçalışırçalışıyor

Voorbeelden

  • Şimdi yağmur yağıyor.Het regent nu.
  • Kışın burada çok kar yağar.Hier sneeuwt het in de winter veel.De aorist beschrijft wat in het algemeen geldt voor een plaats en een seizoen; yağar betekent hier dus niet dat het nu sneeuwt.
  • Babam şimdi çay içiyor.Mijn vader drinkt nu thee.
  • Babam her sabah çay içer.Mijn vader drinkt elke ochtend thee.
  • Kahve içer misin?Wil je koffie?De vraag in de aorist is het gebruikelijke vriendelijke aanbod. Afhankelijk van de situatie kan ze ook vragen of je in het algemeen koffie drinkt.
  • Kahve içiyor musun?Drink je nu koffie?Met -iyor gaat de vraag over dit moment: drink je nu koffie? Het is geen aanbod.
  • Bu hafta çok çalışıyorum.Deze week werk ik veel.-iyor beslaat een periode rond het nu, niet alleen deze seconde. Çalışırım zou je werkleven in het algemeen beschrijven.
  • Su yüz derecede kaynar.Water kookt bij honderd graden.
  • Yarın Ankara'ya gidiyorum.Morgen ga ik naar Ankara.-iyor met een tijdwoord als yarın is gebruikelijk voor een al vaststaand plan. Het toekomstachtervoegsel -ecek heeft een eigen les.

Voorlezen gebruikt een synthetische Turkse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

De aorist meldt niet wat op dit moment gebeurt: Şimdi yağmur yağar betekent niet 'het regent nu'. Omgekeerd klinkt Su yüz derecede kaynıyor als een losse gebeurtenis in plaats van een regel. In de omgangstaal staat -iyor ook bij gewoonten (Her sabah çay içiyorum); de aorist is daar gewoon de neutralere vorm.

Probeer het zelf

  1. Iemand leest nu een boek. Gebruik -iyor in de 3e persoon: okumak (lezen).

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    okuyor

    okuyor: şu an (op dit moment) wijst op iets dat nu gebeurt, dus -iyor; oku eindigt op een klinker, dus het achtervoegsel verliest zijn eerste klinker en wordt -yor.

  2. De zon komt in het oosten op. Gebruik de aorist in de 3e persoon voor een altijd geldend feit: doğmak (opkomen).

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    doğar

    doğar: dat de zon in het oosten opkomt is altijd waar, dus de aorist; de eenlettergrepige stam doğ krijgt na de achterklinker o de uitgang -ar.

  3. Buiten sneeuwt het nu. Gebruik -iyor in de 3e persoon: yağmak (vallen, van regen of sneeuw).

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    yağıyor

    yağıyor: de sneeuw valt op dit moment, dus -iyor; de laatste klinker a van yağ is een ongeronde achterklinker, dus het achtervoegsel krijgt ı.

  4. Je biedt iemand koffie aan: „Wil je koffie?” Zet het werkwoord in de aorist voor misin: içmek (drinken).

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    içer

    içer: een vriendelijk aanbod staat in de aorist en niet met -iyor; de eenlettergrepige stam iç krijgt na de voorklinker -er, en misin blijft een apart woord.

Gebruik het vandaag

Schrijf vier zinnen over je dag: twee over wat nu gebeurt en twee over wat je gewoonlijk doet. Kies steeds -iyor of -ir en controleer het tijdwoord.