Je leert kiezen tussen praten en zeggen: één werkwoord voor het gesprek, het andere voor de woorden die je doorgeeft.

Het idee

konuşmak betekent praten of spreken: het voeren van een gesprek of het gebruiken van een taal. Degene met wie je praat krijgt -le/-la (of ile): babamla konuşuyorum; een taal noem je gewoon: Türkçe konuşmak. söylemek betekent zeggen: het geeft bepaalde woorden door, dus wat er gezegd wordt is het lijdend voorwerp en de luisteraar krijgt -e/-a: bana adını söyledi. Vaste uitdrukkingen volgen hetzelfde idee: yalan söylemek (liegen), şarkı söylemek (zingen).

Patronen vergelijken
konuşmaksöylemek
Biz Türkçe konuşuyoruz.Biz bunu Türkçe söylüyoruz.
Müdürle konuşuyorum.Müdüre cevabı söylüyorum.
Toplantıda herkes konuştu.Toplantıda herkes fikrini söyledi.
Yavaş konuşma.Doğruyu söyle.

Voorbeelden

  • Annem telefonda konuşuyor.Mijn moeder praat aan de telefoon.
  • Ali bana doğruyu söyledi.Ali heeft me de waarheid verteld.Wie luistert staat in de datief (bana, aan mij) en de doorgegeven woorden zijn het lijdend voorwerp (doğruyu). Dat is het patroon van söylemek.
  • Sen Türkçe konuşuyor musun?Spreek je Turks?
  • Bana adını söyler misin?Kun je me je naam zeggen?
  • Yarın komşularımızla uzun uzun konuşacağız.Morgen praten we lang met onze buren.Degene met wie je praat krijgt -la, net als bij ile: komşularımızla. Bij söylemek krijgt de luisteraar juist -a/-e.
  • Ne söylediğini anlamıyorum.Ik begrijp niet wat je zegt.
  • Biraz yavaş konuşur musunuz?Kunt u wat langzamer praten?
  • Ali şarkı söylüyor.Ali zingt.Şarkı söylemek is de vaste uitdrukking voor zingen: in het Turks wordt een lied „gezegd”. Şarkı konuşmak bestaat niet.

Voorlezen gebruikt een synthetische Turkse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Gebruik konuşmak niet als je een bepaald woord of feit doorgeeft: Bana adını konuştu is fout, het moet söyledi zijn. En Ben Türkçe söylüyorum betekent niet „ik spreek Turks”, maar „ik zeg het in het Turks”; voor de taal gebruik je konuşuyorum.

Probeer het zelf

  1. Kies konuşmak of söylemek en schrijf het in de duurvorm van de tegenwoordige tijd: Ahmet spreekt Duits.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    konuşuyor

    konuşuyor: Almanca is een taal, en een taal gebruiken is spreken, geen bepaalde woorden doorgeven; dus konuşmak.

  2. Kies konuşmak of söylemek en schrijf het in de verleden tijd: Mijn moeder heeft me het antwoord verteld.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    söyledi

    söyledi: cevabı is de bepaalde informatie die wordt doorgegeven en bana is de luisteraar in de datief; dat is het patroon van söylemek.

  3. Kies konuşmak of söylemek en schrijf het in de duurvorm van de tegenwoordige tijd voor „ik”: Elke avond praat ik met mijn vader aan de telefoon.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    konuşuyorum

    konuşuyorum: degene met wie je praat krijgt -la (babamla) en er worden geen bepaalde woorden doorgegeven; dus konuşmak.

  4. Kies konuşmak of söylemek en schrijf de ontkennende gebiedende wijs: Lieg niet!

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    söyleme

    söyleme: een leugen wordt „gezegd” (yalan söylemek), en de ontkennende gebiedende wijs voegt -me toe aan de stam söyle.

Gebruik het vandaag

Schrijf drie zinnen: één met konuşmak over iemand met wie je elke dag praat, één met söylemek over iets wat iemand je heeft gezegd, en één over een taal.