Vanuit een moment in het verleden kan iets nog in de toekomst liggen. Je bouwt hier bevestigende vormen, ontkenningen en vragen. De vorm alleen bewijst niet dat het plan niet doorging.

Het idee

Kies -ecekti na e, i, ö, ü in de stam en -acaktı na a, ı, o, u. Voeg na een klinker y in: bekleyecekti, okuyacaktı. Daarna komen de persoonsuitgangen van het verledentijdstype: gelecektim, gelecektin, gelecekti, gelecektik, gelecektiniz. Voor “zij” in het meervoud komen zowel geleceklerdi als gelecektiler voor. De ontkenning staat vóór de toekomstuitgang: gelmeyecektik. In een neutrale ja-neevraag schrijf je het vraagpartikel los; verleden tijd en persoon komen eraan vast: gelecek miydin?, bakacak mıydınız?. De tabel toont beide klinkerreeksen.

Patronen vergelijken
Stam / persoonAchtervoegsel / bevestigendOntkenningVraag
gel--ecekti → gelecektigelmeyecektigelecek miydi?
bak--acaktı → bakacaktıbakmayacaktıbakacak mıydı?
bekle--yecekti → bekleyecektibeklemeyecektibekleyecek miydi?
oku--yacaktı → okuyacaktıokumayacaktıokuyacak mıydı?
bengelecektim / bakacaktımgelmeyecektim / bakmayacaktımgelecek miydim? / bakacak mıydım?
sengelecektin / bakacaktıngelmeyecektin / bakmayacaktıngelecek miydin? / bakacak mıydın?
ogelecekti / bakacaktıgelmeyecekti / bakmayacaktıgelecek miydi? / bakacak mıydı?
bizgelecektik / bakacaktıkgelmeyecektik / bakmayacaktıkgelecek miydik? / bakacak mıydık?
sizgelecektiniz / bakacaktınızgelmeyecektiniz / bakmayacaktınızgelecek miydiniz? / bakacak mıydınız?
onlargeleceklerdi / gelecektiler / bakacaklardı / bakacaktılargelmeyeceklerdi / gelmeyecektiler / bakmayacaklardı / bakmayacaktılargelecekler miydi? / bakacaklar mıydı?

Voorbeelden

Voorlezen gebruikt een synthetische Turkse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Behoud de k van de toekomstuitgang vóór -ti of -tı: gelecektim, anders dan geleceğim. In gidecektim verandert de t van de stam vóór de toekomstklinker in d, maar de k van het achtervoegsel blijft. Het gaat om twee verschillende plaatsen in het woord.

Probeer het zelf

  1. Schrijf “ik was van plan te gaan” als één woord.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    gidecektim

    gidecektim: Vóór -ecek wordt git- tot gid-. -ti plaatst het voornemen in het verleden en de laatste -m wijst op de spreker. De vorm zegt niet dat die daadwerkelijk ging.

  2. Schrijf “jullie zouden lezen” of het beleefde “u zou lezen”.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    okuyacaktınız

    okuyacaktınız: De stam oku- eindigt op een klinker, dus y scheidt hem van -acak. Na -tı duidt -nız meerdere aangesproken personen of een beleefde aanspreekvorm aan.

  3. Schrijf “wij zouden niet komen” als één woord.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    gelmeyecektik

    gelmeyecektik: Het ontkennende -me komt direct na gel-, waarna gelmeyecek- ontstaat. De laatste -k na -ti betekent “wij”, niet “ik”.

  4. Vraag aan één persoon: “Was jij van plan te gaan?”

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    gidecek miydin

    gidecek miydin?: De laatste klinker van de toekomstvorm is e, dus het losse partikel is mi. De verledentijdsvorm daarvan is miydi; -n duidt de aangesproken persoon aan.

Gebruik het vandaag

Schrijf een eerder plan voor jezelf, een ontkend plan voor een groep en een vraag over iemands plan. Voeg telkens een aparte zin toe over wat er werkelijk gebeurde.