Je gebruikt aramak om te zeggen wat je zoekt en wie je belt, in de tegenwoordige, de verleden en de toekomende tijd.
Het idee
Aramak betekent iets of iemand zoeken en iemand bellen: anahtarı arıyorum, annemi aradım. De stam ara- eindigt op een klinker. In de tegenwoordige tijd valt de laatste a weg voor -ıyor, en de achterklinker a vraagt om ı: arıyorum. De verleden tijd houdt de hele stam: aradım. De toekomende tijd zet een y voor -acak, en de k wordt voor een klinker ğ: arayacağım. Wat je zoekt of wie je belt is het lijdend voorwerp, en een bepaald voorwerp krijgt de accusatief: annemi, doktoru.
| Persoon | Tegenwoordig | Verleden | Toekomend |
|---|---|---|---|
| ben | arıyorum | aradım | arayacağım |
| sen | arıyorsun | aradın | arayacaksın |
| o | arıyor | aradı | arayacak |
| biz | arıyoruz | aradık | arayacağız |
| siz | arıyorsunuz | aradınız | arayacaksınız |
| onlar | arıyorlar | aradılar | arayacaklar |
Voorbeelden
- Annemi akşam aradım.Ik heb 's avonds mijn moeder gebeld.De gebelde persoon is het lijdend voorwerp en krijgt de accusatief: annem + i wordt annemi, nooit anneme. Het voornaamwoord ben valt weg.
- Yarın doktoru arayacağım.Morgen bel ik de dokter.
- Çocuklar bahçede topu arıyor.De kinderen zoeken de bal in de tuin.
- Neden beni aramadın?Waarom heb je me niet gebeld?De ontkenning -ma staat vóór de verleden tijd -dı: ara + ma + dı + n. De persoon die je niet belde, blijft in de accusatief: beni.
- Ev arıyoruz.Wij zoeken een huis.Wat je zoekt zonder een bepaald ding voor ogen te hebben, krijgt geen accusatief: ev arıyoruz, een willekeurig huis. Een bepaald huis is evi arıyoruz.
- Annem arıyor.Mijn moeder belt.
- arıyorumik zoekarıyor-iyor / -ıyor / -uyor / -üyor: nu bezigum-im / -sin / -iz / -siniz: ik ben, je bent, wij zijn
- arayacağızwij bellenarayTussenklank -y-: de y tussen klinkersacağ-ecek / -acak: de toekomende tijdız-im / -sin / -iz / -siniz: ik ben, je bent, wij zijn
Voorlezen gebruikt een synthetische Turkse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.
Er is geen Turkse stem op je apparaat beschikbaar. Je kunt de tekst nog steeds lezen.
Let op
De persoon die je belt is het lijdend voorwerp, geen bestemming. Veel talen zeggen „bellen naar iemand”, en dan schrijf je anneme aradım; Turks zegt annemi aradım. Laat ook de a van de stam niet staan voor -ıyor: arayorum bestaat niet, de tegenwoordige tijd is arıyorum.
Probeer het zelf
Zet aramak in de tegenwoordige tijd voor ben: Nu zoek ik je.
Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord
arıyorum
arıyorum: de laatste a van ara- valt weg voor het achtervoegsel, de achterklinker geeft -ıyor, en -um betekent „ik”.
Zet aramak in de verleden tijd voor ben: Gisteren heb ik mijn vader gebeld.
Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord
aradım
aradım: de stam eindigt op een klinker, dus het achtervoegsel begint met d; de achterklinker a geeft -dı, en -m betekent „ik”.
Zet aramak in de toekomende tijd voor biz: Morgen bellen we je.
Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord
arayacağız
arayacağız: na de klinker a komt een y voor -acak, en de k wordt ğ voor -ız, dat met een klinker begint.
Schrijf „mijn moeder” in de accusatief: Ik heb mijn moeder gebeld.
Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord
annemi
annemi: de moeder die je belde is het lijdend voorwerp; annem eindigt op een medeklinker en de laatste klinker is e, dus de accusatief is -i.
Oefenronde
Beantwoord vragen en zet waar mogelijk Turkse zinnen en woorden weer in elkaar. We bewaren je score.
Zet aramak in de tegenwoordige tijd voor ben: Nu zoek ik je.
Zet aramak in de verleden tijd voor ben: Gisteren heb ik mijn vader gebeld.
Zet aramak in de toekomende tijd voor biz: Morgen bellen we je.
Schrijf „mijn moeder” in de accusatief: Ik heb mijn moeder gebeld.
Tik de woorden in de juiste volgorde aan.
Tik de woorden in de juiste volgorde aan.
Tik de woorden in de juiste volgorde aan.
Tik de delen in de juiste volgorde aan om dit woord te maken: ik zoek
Tik de delen in de juiste volgorde aan om dit woord te maken: wij bellen
Bewaar je voortgang
Maak gratis een account aan om je oefenresultaten daarin op te slaan.
Account maken en opslaanIk heb al een accountGebruik het vandaag
Schrijf drie zinnen: iets wat je zoekt, een persoon die je gisteren belde en een persoon die je morgen belt. Markeer elke accusatief.

