Je leert zeggen dat iets er was, ontbrak of er zal zijn, en de juiste vorm voor elke tijd te kiezen.

Het idee

De uitgang van de verleden tijd komt op var en yok zelf: vardı, yoktu. Het is -dı na a en -tu na o met een stemloze k. De toekomst loopt via olmak: olacak betekent „er zal zijn”, olmayacak „er zal niet zijn”. In vragen blijft mı los: var mıydı?, yok muydu?.

Patronen vergelijken
HedenVerledenToekomst
varvardıolacak
yokyoktuolmayacak
var mı?var mıydı?olacak mı?
yok mu?yok muydu?olmayacak mı?

Voorbeelden

  • Dün evde süt vardı.Gisteren was er melk in huis.De verleden tijd van var is vardı, in één woord geschreven. De laatste klinker a geeft -dı.
  • Geçen yıl bahçemizde elma ağacı yoktu.Vorig jaar stond er geen appelboom in onze tuin.De verleden tijd van yok is yoktu. Na k, een stemloze klank, begint de uitgang met t, en de klinker o geeft -tu.
  • Yarın akşam evde misafirimiz olacak.Morgenavond hebben we een gast thuis.De toekomst van var is olacak, van olmak (zijn, worden). De vorm varacak bestaat wel, maar betekent „zal aankomen” (varmak).
  • Geçen yaz paramız yoktu, ama zamanımız vardı.Afgelopen zomer hadden we geen geld, maar wel tijd.De bezitter staat in de bezitsvorm (paramız, zamanımız), en yoktu en vardı zeggen alleen of het ding er was. De uitgang van de verleden tijd komt op var of yok, niet op het zelfstandig naamwoord.
  • Dün sınıfta kaç öğrenci vardı?Hoeveel leerlingen waren er gisteren in de klas?
  • Bahçede kedi var mıydı?Was er een kat in de tuin?Het vraagdeeltje blijft los en draagt de verleden tijd: var mıydı?. Bij yok wordt het yok muydu?, want mu volgt o.
  • Yarın okulda sınav olmayacak.Morgen is er geen examen op school.
  • yoktunuzjullie waren er nietyoktuWas en waren: -di na een zelfstandig naamwoord (öğrenciydim)nuzPersoonsuitgangen van de verleden tijd: -m, -n, -k, -niz, -ler
  • olmayacakzal er niet zijnolmayacak-meyecek / -mayacak: zal niet, ga niet

Voorlezen gebruikt een synthetische Turkse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Zet geen toekomstuitgang achter var of yok: varacak betekent „zal aankomen” en yok olacak „zal verdwijnen”. Juist zijn olacak en olmayacak.

Probeer het zelf

  1. Zet yok in de verleden tijd: Gisteravond was er geen water in huis.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    yoktu

    yoktu: yok eindigt op k, een stemloze klank, dus de uitgang begint met t, en de klinker o geeft -tu.

  2. Zet var in de verleden tijd: Vroeger was er een winkel in deze straat.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    vardı

    vardı: de laatste klinker van var is a en r is stemhebbend, dus de uitgang is -dı.

  3. Zeg het in de toekomst: Morgen is er een vergadering. Gebruik niet varacak.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    olacak

    olacak: var heeft geen eigen toekomst; olmak levert die, en -acak volgt de achterklinker o.

  4. Zeg het in de toekomst: Zaterdag is er niemand hier.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    olmayacak

    olmayacak: ook de ontkennende toekomst van yok komt van olmak, met -mayacak na de achterklinker o.

Gebruik het vandaag

Schrijf drie zinnen over je straat: één over het verleden, één over nu en één over de toekomst. Controleer dat elke verleden tijd op -dı of -tu eindigt en dat nergens varacak staat.