Je vervoegt içmek in vier vormen en leert wat je in het Turks „drinkt” waar andere talen eten of roken zeggen.

Het idee

De stam iç- eindigt op de stemloze ç en heeft de voorklinker i; de uitgangen volgen daaruit: -ti in het verleden (içtim, niet içdim), -iyor in de tegenwoordige tijd (içiyorum), -er in de aoristus (içerim) en -ecek in de toekomst (içeceğiz). In de toekomst wordt de k van -ecek een ğ voor een uitgang die met een klinker begint: içecek, maar içeceğim. Het werkwoord geldt ook voor soep en tabak: çorba içmek, sigara içmek.

Patronen vergelijken
PersoonTegenwoordigVerledenToekomst
beniçiyorumiçtimiçeceğim
seniçiyorsuniçtiniçeceksin
oiçiyoriçtiiçecek
biziçiyoruziçtikiçeceğiz
siziçiyorsunuziçtiniziçeceksiniz
onlariçiyorlariçtileriçecekler

Voorbeelden

Voorlezen gebruikt een synthetische Turkse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Neem „soep eten” en „roken” niet over uit je eigen taal: het Turks drinkt beide, çorba içmek en sigara içmek, en bewaart yemek voor vast voedsel.

Probeer het zelf

  1. Schrijf içmek in de tegenwoordige tijd (-iyor): Ik drink water.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    içiyorum

    içiyorum: de stam eindigt op een medeklinker, dus -iyor komt er direct achter, en de o van -iyor vraagt om de persoonsuitgang -um.

  2. Schrijf içmek in de verleden tijd voor ben: Gisteren dronk ik thee.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    içtim

    içtim: ç is stemloos, dus de uitgang begint met t en niet met d; de voorklinker i geeft -ti, en -m staat voor ben.

  3. Schrijf içmek in de toekomende tijd voor biz: Morgen drinken we melk.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    içeceğiz

    içeceğiz: de voorklinker i geeft -ecek, en de k verzacht tot ğ omdat de uitgang -iz met een klinker begint.

  4. Schrijf içmek ontkennend in de tegenwoordige tijd (-iyor): Mijn vader rookt niet.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    içmiyor

    içmiyor: de ontkenning -mi- staat tussen stam en -yor, en de derde persoon heeft geen persoonsuitgang. Het is hetzelfde werkwoord als bij roken.

Gebruik het vandaag

Schrijf vier zinnen over wat je op verschillende momenten van de dag drinkt, één per kolom van de tabel, en controleer of elke verleden vorm een t heeft.