Je vervoegt uçmak in de tegenwoordige, verleden en toekomende tijd en zegt waar iets vandaan of naartoe vliegt.

Het idee

De stam uç- eindigt op een medeklinker en zijn laatste klinker is de achterste afgeronde u, dus -iyor wordt -uyor: uçuyorum. De slot-ç is stemloos, daarom begint het verleden-achtervoegsel met t: uçtum. De toekomst -acak wordt voor een klinker -acağ- (uçacağım), maar de ç van de stam blijft. De plaats waarvandaan je vliegt krijgt -den (pencereden), de bestemming krijgt -e (İzmir'e).

Patronen vergelijken
PersoonTegenwoordig (-uyor)Verleden (-tu)Toekomst (-acak)
benuçuyorumuçtumuçacağım
senuçuyorsunuçtunuçacaksın
ouçuyoruçtuuçacak
bizuçuyoruzuçtukuçacağız
sizuçuyorsunuzuçtunuzuçacaksınız
onlaruçuyorlaruçtularuçacaklar

Voorbeelden

  • Kartal dağın üstünde uçuyor.De adelaar vliegt boven de berg.Dağın üstünde betekent „boven de berg”: de berg krijgt de genitief -ın en üstünde draagt de locatief. Het werkwoord blijft achteraan.
  • Serçe pencereden uçtu.De mus vloog het raam uit.Pencereden gebruikt de ablatief -den voor de plaats die je verlaat. Het verleden is uçtu: na de stemloze ç begint het achtervoegsel met t, niet met d.
  • İzmir'e yarın sabah uçacağım.Morgenochtend vlieg ik naar Izmir.De bestemming krijgt de datief: İzmir'e, met een apostrof na de naam. Het voornaamwoord valt weg, want -ım zegt al „ik”. In -acak wordt k voor een klinker zacht: ğ.
  • uçuyorumik vlieguçuyor-iyor / -ıyor / -uyor / -üyor: nu bezigum-im / -sin / -iz / -siniz: ik ben, je bent, wij zijnNa de achterste afgeronde klinker u wordt het tegenwoordige-tijdachtervoegsel -iyor tot -uyor: uç-uyor-um.
  • uçtumik vlooguçtu-di, -dı, -du, -dü, -ti: de verleden tijd (geldi, yaptı)mPersoonsuitgangen van de verleden tijd: -m, -n, -k, -niz, -lerDe stam eindigt op de stemloze ç, dus het verleden-achtervoegsel begint met t en wordt na u afgerond: uç-tu-m.
  • uçacağımik zal vliegenuçacağ-ecek / -acak: de toekomende tijdım-im / -sin / -iz / -siniz: ik ben, je bent, wij zijnDe achterklinker u geeft -acak, en de k wordt voor de klinker ı zacht: ğ. De ç van de stam verandert niet.
  • Uçmaktan korkuyorum.Ik ben bang om te vliegen.De hoofdvorm uçmak kan net als een zelfstandig naamwoord een naamval krijgen. Korkmak vraagt de ablatief, en na k is het achtervoegsel -tan: uçmaktan. Dit is een korte voorproef van een later onderwerp.
  • Tatil çok çabuk uçtu.De vakantie vloog voorbij.Uçmak wordt ook gebruikt voor tijd die snel verstrijkt, zoals „voorbijvliegen”. Tatil is het onderwerp en krijgt geen uitgang.

Voorlezen gebruikt een synthetische Turkse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Gebruik niet het stemhebbende verleden van andere werkwoorden: uçdum is fout, het is uçtum. Alleen de k van het toekomstachtervoegsel wordt zacht; ucacağım is fout, de stam houdt zijn ç in uçacağım.

Probeer het zelf

  1. Geef de tegenwoordige tijd voor ben (ik): vlieg.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    uçuyorum

    uçuyorum: de laatste klinker van uç- is de achterste afgeronde u, dus -iyor wordt -uyor; -um markeert ben.

  2. Geef de verleden tijd voor ben (ik): vloog.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    uçtum

    uçtum: ç is stemloos, dus het verleden-achtervoegsel begint met t en wordt na u afgerond; -m markeert ben.

  3. Geef de toekomende tijd voor biz (wij): zullen vliegen.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    uçacağız

    uçacağız: de achterklinker u geeft -acak, waarvan de k voor de klinker van -ız zacht wordt tot ğ; de ç van de stam wordt niet zacht.

Gebruik het vandaag

Schrijf drie zinnen over een vogel, een vliegtuig of je eigen reis: een in de tegenwoordige, een in de verleden en een in de toekomende tijd. Zeg waarom elk achtervoegsel zijn vorm heeft.