Kies je taal Nederlands

A2 · 241

Turks A2: alledaags Turks

Maak woorden met meerdere achtervoegsels, praat over plannen, kunnen en het verleden en red je op reis, bij het winkelen en in gesprekken met familie. De A2-lessen in volgorde.

Dit leer je op dit niveau

  • Woorden maken met meerdere achtervoegsels, zoals evlerimizden
  • Praten over plannen, kunnen en verplichting met de toekomende tijd, -ebil- en -meli
  • Ideeën verbinden met çünkü, için en bu yüzden
  • Je redden op reis, in winkels en in gesprekken met familie, en een kort verhaal lezen

Lessen op dit niveau

  1. -ir / -ar / -er: de aorist (gelir, yapar)Turkse achtervoegselsGelir, yapar, okur: de Turkse tegenwoordige tijd voor gewoontes. Wanneer het achtervoegsel -r, -ir of -ar is en waarom git gider wordt.
  2. Persoonsuitgangen van de aoristus: -im, -sin, -iz, -siniz, -lerTurkse achtervoegselsWie doet iets gewoonlijk? De uitgangen -im, -sin, geen, -iz, -siniz en -ler/-lar na de aoristus, met de klinkerharmonie van gelirim, yaparsın en görürsünüz.
  3. -mez / -maz: de ontkennende aoristusTurkse achtervoegselsGelmez, yapmam, içmeyiz: vorm de ontkennende aoristus met -mez/-maz en zie waarom de eerste persoon de z verliest: gelmem en yapmam, niet gelmezim.
  4. -ebil- / -abil-: kunnen, mogen (gelebilirim)Turkse achtervoegselsZeg in het Turks wat je kunt of mag doen: het achtervoegsel -ebil-/-abil-, de twee vormen, de y na een klinker en vormen als gelebilirim, okuyabilirsiniz en gidebilirim.
  5. -eme / -ama: niet kunnenTurkse achtervoegselsGelemem is niet gelmem: met -eme en -ama zeg je dat je iets niet kunt, met de y van okuyamadım en de d van gidemem.
  6. -meli / -malı: moeten en zouden moetenTurkse achtervoegselsGitmeliyim, kalkmalısın, beklemeliler: voeg -meli of -malı toe aan de werkwoordsstam, plus een persoonsuitgang, om te zeggen wat je moet doen.
  7. -memeli / -mamalı: niet mogenTurkse achtervoegselsGitmemeliyim, okumamalısın, yapmamalı: met -me/-ma en -meli/-malı zeg je wat niet mag of niet moet, met twee vormen en zes persoonsuitgangen.
  8. -mek / -mak: de infinitiefTurkse achtervoegselsYazmak, görmek, uyumak: waarom Turkse werkwoorden in het woordenboek op -mek of -mak eindigen, hoe de laatste klinker van de stam kiest en hoe de infinitief na willen staat.
  9. Was en waren: -di na een zelfstandig naamwoord (öğrenciydim)Turkse achtervoegselsÖğrenciydim, evdeydik, soğuktu: zo zet het Turks een zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord of plaats in de verleden tijd met -di, -dı, -du, -dü, de t-vormen en y na een klinker.
  10. -miş / -mış / -müş / -muş: de overgedragen verleden tijdTurkse achtervoegselsGelmiş betekent „hij is gekomen, hoor ik”: vorm de overgedragen verleden tijd met -miş, -mış, -müş of -muş, voeg persoonsuitgangen toe en weet wanneer -di beter past.
  11. -dir / -dır / -tir / -tür: is, waarschijnlijkTurkse achtervoegselsEen feit of een stellige gok uitdrukken met -dir in acht vormen: kapalıdır, sıcaktır, tuzludur, dürüsttür. Hoe klinker en laatste klank de vorm kiezen, en wanneer je het laat.
  12. -lik / -lık / -luk / -lük: eigenschap, toestand, beroepTurkse achtervoegselsVan güzel naar güzellik: met -lik, -lık, -luk of -lük benoem je een eigenschap, toestand of beroep, en de slot-k wordt voor een klinker zacht: ğ.
  13. -ci / -cı / -çi / -çı: de persoon met een beroepTurkse achtervoegselsWie verkoopt, bestuurt of speelt het? Voeg -ci, -cı, -cu, -cü of -çi, -çı, -çu, -çü aan een zelfstandig naamwoord toe voor de persoon en kies uit acht vormen.
  14. Het achtervoegsel -ki: evdeki, bugünkü, benimkiTurkse achtervoegselsEvdeki, dünkü, benimki: hoe het achtervoegsel -ki een plaats of tijd tot bijvoeglijk woord maakt en een bezitter tot voornaamwoord, en waarom bugünkü met -kü is.
  15. -eyim / -elim: laat mij, laten we (gideyim, gidelim)Turkse achtervoegselsHulp aanbieden en voorstellen doen in het Turks: -eyim voor “laat mij” en “zal ik”, -elim voor “laten we”, met de twee klinkers, de tussenklank y en git → gid-.
  16. -meyecek / -mayacak: zal niet, ga nietTurkse achtervoegselsGelmeyeceğim, yapmayacağız: zet -me/-ma voor -yecek/-yacak om te zeggen wat niet zal gebeuren, en zie waarom de k een ğ wordt.
  17. -iyordu: ik was aan het doenTurkse achtervoegselsGeliyordum betekent 'ik kwam eraan': zet -du achter de tegenwoordige duurvorm om te vertellen wat er toen gebeurde, en zie waar -lar komt.
  18. Volgorde van achtervoegsels: evlerimizdenTurkse achtervoegselsStam, meervoud, bezit, naamval: waarom het evlerimizden is en niet evimlerden, en waar de n in evinde vandaan komt.
  19. -me / -ma: het verbod, niet doenTurkse achtervoegselsGitme en gelmeyin betekenen ‘doe het niet’: zet -me of -ma achter de werkwoordsstam, bij meer personen of beleefd volgt -yin, en de stam zelf blijft gelijk.
  20. Met een voornaamwoord: benimle, seninle, onunlaTurkse achtervoegselsBenimle, seninle, onunla, bizimle: hoe -le/-la via de genitiefvorm aan een persoonlijk voornaamwoord komt, en waarom alleen onlar ongewijzigd blijft.
  21. Gewoontes en algemene waarheden: de aoristusTurkse grammaticaElke ochtend thee, water bevriest bij nul: zeg in het Turks wat meestal gebeurt met -ır/-ar, zoals in içerim, gelir en gideriz.
  22. Ontkennende aorist: -mez / -maz en vragenTurkse grammaticaGelmem, gelmezsin, gelmeyiz: vorm de ontkennende aorist met -mez/-maz, zie waarom ben en biz de z verliezen en stel vragen zoals Gelmez misin?
  23. De toekomende tijd met -ecek / -acakTurkse grammaticaMorgen, volgende week, straks: vorm de Turkse toekomende tijd met -ecek/-acak, voeg de persoonsuitgangen toe en zie waarom gelecek geleceğim wordt.
  24. Toekomst ontkend en als vraag: -meyecek / -mayacakTurkse grammaticaGitmeyeceğim, kalmayacak, gelmeyecek misin? Zo vorm je de ontkennende Turkse toekomende tijd, waarom -me niet in -mi verandert en hoe je de vraag met een los mi stelt.
  25. Ali'nin evi: bezitter en bezitTurkse grammaticaAli'nin evi, kapının anahtarı: de bezitter krijgt -in, het bezit een bezitsuitgang, met de juiste klinker en de zachte medeklinker.
  26. Samenstellingen: ev kapısı en de izafetTurkse grammaticaHoe twee Turkse zelfstandige naamwoorden één begrip vormen: alleen het tweede krijgt -sı of -ı, zoals in ev kapısı en çay bardağı, en wat er met zijn slotmedeklinker gebeurt.
  27. -ebil- / -abil-: kunnen en mogenTurkse grammaticaYardım edebilirim betekent „ik kan helpen”: zo geeft -ebil- vermogen, mogelijkheid en toestemming aan, wanneer je een y nodig hebt en waarom git gid wordt.
  28. Niet kunnen: de vorm met -eme / -amaTurkse grammaticaGelemiyorum of gelmiyorum? Zeg in het Turks dat je iets niet kunt met -eme/-ama in de tegenwoordige, verleden en aoristustijd, en houd het uit elkaar van de gewone ontkenning.
  29. Advies en verplichting uitdrukken met -meli / -malıTurkse grammaticaWat moet je morgen doen? Zet -meli of -malı achter de werkwoordsstam, voeg de persoonsuitgang toe en zeg wat iemand moet of zou moeten doen.
  30. gerek, lazım, zorunda: moeten en hoevenTurkse grammaticaGitmem gerek, gitmen lazım, gitmek zorundayım: zeg wat je moet doen, zet de persoonsuitgang op het juiste woord en ontken met gerek yok.
  31. Vergelijken in het Turks: daha en -den / -danTurkse grammaticaElif senden daha genç: zo bouw je „jonger dan jij” met daha en de ablatief, en waarom het Turks geen apart woord voor „dan” heeft.
  32. en güzel, en büyük: de overtreffende trapTurkse grammaticaEn güzel, en hızlı, en çok: de overtreffende trap vorm je met één klein woordje voor het bijvoeglijk naamwoord; zie welke uitgangen het zelfstandig naamwoord krijgt.
  33. Gradatiebijwoorden: çok, az, biraz, fazlaTurkse grammaticaÇok moe, biraz melk, fazla zout: leer erg, een beetje, weinig en te veel in het Turks en zet het gradatiewoord vlak voor het woord dat het verandert.
  34. gibi, kadar, için: zoals, even … als, voorTurkse grammaticaVoor mijn opa, zoals ik, tot de avond: hoe gibi, kadar en için achter het zelfstandig naamwoord staan, waarom ben benim wordt en wanneer kadar „tot” is.
  35. Reden en gevolg: çünkü, için en bu yüzdenTurkse grammaticaÇünkü noemt de reden, bu yüzden het gevolg, en için verbindt een zelfstandig naamwoord met zijn doel. Leer waar wat staat en waarom het benim için is, niet ben için.
  36. Voorstellen en aanbiedingen: laten we en zal ikTurkse grammaticaAçalım mı, açayım mı? Leer wanneer -elim „wij” betekent en -eyim „ik”, hoe je samen iets voorstelt of hulp aanbiedt en met -meyelim „laten we niet” zegt.
  37. Toestemming vragen en beleefd vragen: -ebilir miyimTurkse grammaticaMag ik hier zitten? Vorm Oturabilir miyim? en Verir misiniz? om toestemming te vragen, hulp aan te bieden en beleefd iets te vragen, met de persoon op mi.
  38. Verleden duurvorm: wat er gaande wasTurkse grammaticaHet regende toen de telefoon ging: -yordu voor de achtergrond, -dı voor de gebeurtenis die erdoorheen komt, zoals in Yağmur yağıyordu, telefon çaldı.
  39. Var en yok in het verleden en de toekomstTurkse grammaticaVardı, yoktu, olacak: zeg dat iets er was, ontbrak of er zal zijn, en zie waarom de toekomst van var via olmak gaat en niet via een uitgang op var.
  40. Welk werkwoord vraagt welke naamvalTurkse grammaticaMüziği dinliyorum, niet müziğe: welke naamval vraagt welk Turks werkwoord? Een korte kaart van dinlemek, beklemek, bakmak, korkmak, konuşmak en kalmak.
  41. biri, bir şey, herkes: iemand, iets, iedereenTurkse grammaticaBiri geldi, herkes geldi, her şey hazır: zo zeg je in het Turks iemand, iets, iedereen en alles, en zo zie je waarom her şey los geschreven wordt.
  42. Volgorde van gebeurtenissen: önce, sonra, sonundaTurkse grammaticaEerst wassen, dan eten, tot slot vertrekken: zet önce, sonra en sonunda op de juiste plek en zie waarom sonunda „eindelijk” betekent en niet zomaar „daarna”.
  43. hiç, hiçbir, kimse: niemand, niets, nooitTurkse grammaticaNiemand, niets, geen enkel en nooit in het Turks: hoe kimse, hiçbir şey, hiçbir en hiç met een ontkennend werkwoord werken en waarom Kimse geldi fout is.
  44. söylemek: zeggen, vertellen, zingenTurkse werkwoordenWie hoort het, en wat wordt er gezegd? Met söylemek zeg je iemand iets: de luisteraar krijgt -e, het gezegde -i. Vormen: söylüyorum, söyledim, söyleyeceğim.
  45. bulmak: vinden en beoordelenTurkse werkwoordenSleutel kwijt of film goed gevonden? Bulmak dekt beide: waarom de ronde u buluyorum en buldum geeft en waarom zoeken aramak heet.
  46. öğrenmek: lerenTurkse werkwoordenÖğreniyorum, niet öğrenüyorum: alleen de laatste klinker van de stam kiest het achtervoegsel. Tegenwoordige, verleden en toekomende tijd, ontkenning en öğretmek.
  47. öğretmek: leren (aan iemand), onderwijzenTurkse werkwoordenLeren of onderwijzen? Öğretmek geeft kennis door, öğrenmek ontvangt die. Bekijk de vormen, de leerling in -e/-a en de dubbele t in öğrettim.
  48. başlamak: beginnen, startenTurkse werkwoordenEen les, een baan, een gewoonte: wat je begint staat in de datief, en een werkwoord voor başlamak krijgt -meye/-maya. Vormen: başlıyorum, başladım, başlayacağım.
  49. bitirmek: iets afmaken, niet bitmekTurkse werkwoordenÖdevi bitirdim of ödev bitti? Bitirmek betekent iets afmaken en vraagt een lijdend voorwerp in de accusatief. De vormen in drie tijden en het verschil met bitmek.
  50. kalmak: blijven en overblijvenTurkse werkwoordenBlijven in een hotel, bij vrienden of thuis: kalmak in de tegenwoordige, verleden en toekomende tijd, met een stam op achterklinker: kalıyorum, kaldım, kalacağım.
  51. kalkmak: opstaan en vertrekkenTurkse werkwoordenEén letter scheidt kalkmak van kalmak: opstaan, gaan staan, vertrekken. Met kalktım op -tı, kalkacağım met ğ en de ablatief yataktan.
  52. yürümek: lopen, yürüyorum en yürüdümTurkse werkwoordenDe ü aan het eind van yürü- vraagt om een y voor -ecek en rondt alle uitgangen van de verleden tijd af: yürüyorum, yürüdüm, yürüyeceğim.
  53. koşmak: rennen en hardlopen, met een vaste stamTurkse werkwoordenKoşuyorum, koştum, koşacağım: de stam koş- blijft gelijk, het verleden krijgt na ş de uitgang -tu, en rennen op een plek (-da) is iets anders dan ernaartoe (-a).
  54. durmak: stoppen en stilstaanTurkse werkwoordenDur! is pas het begin: durmak geeft duruyorum, durdum en duracağım en krijgt geen lijdend voorwerp (daarvoor is durdurmak).
  55. beklemek: wachten op iemand of ietsTurkse werkwoordenWachten op de bus of op een vriend: beklemek heeft geen los woord voor „op”, het object krijgt -i, en de e valt weg in bekliyorum maar keert terug in bekledim.
  56. aramak: zoeken en bellenTurkse werkwoordenSleutels zoeken of je moeder bellen: aramak kan allebei. Met arıyorum, aradım, arayacağım en de accusatief van de persoon die je belt.
  57. açmak: openen en aanzettenTurkse werkwoordenOmdat aç- op een stemloze ç eindigt, is het açtım en niet açdım. De vormen van açmak, de betekenis „aanzetten” en waarom een open deur açık heet.
  58. kapatmak: sluiten en uitzettenTurkse werkwoordenEen deur sluiten, het licht uitdoen, ophangen: kapatmak vraagt een voorwerp met -ı, en wat vanzelf dichtgaat heet kapanmak.
  59. dinlemek: luisterenTurkse werkwoordenDinliyorum, niet dinleyorum: de slot-e van dinle- wordt in de tegenwoordige tijd een i. Ook het verschil tussen dinlemek (luisteren) en duymak (horen).
  60. düşünmek: denken, met düşünüyorum en düşündümTurkse werkwoordenSeni düşünüyorum, niet sana: wie of wat je in gedachten hebt, staat in de accusatief. Plus düşünüyorum, düşündüm, düşüneceğim en düşünmüyorum met hun ü.
  61. sormak: vragen en vragen naarTurkse werkwoordenWie vraag je, en waarnaar? Bij sormak krijgt de persoon -e/-a en de gevraagde zaak -i: Ali'ye sordum, Ali'yi sordum. Vormen: soruyorum, sordum, soracağım.
  62. yaşamak: wonen en levenTurkse werkwoordenWaar je woont en of iemand nog leeft: yaşamak zegt beide. Zie yaşıyorum, yaşadım, yaşayacağım en yaşamıyorum, met de stad op -da.
  63. girmek: een kamer, winkel of baan binnengaanTurkse werkwoordenOdaya, niet odayı: bij girmek staat de plaats waar je binnengaat in de datief, en de stam gir- verandert niet in giriyorum, girdi en gireceğim.
  64. çıkmak: naar buiten gaan, beklimmen, verschijnenTurkse werkwoordenEvden çıkıyorum, dağa çıktık: één werkwoord, twee richtingen. Met -den noem je de plaats die je verlaat, met -e/-a de plaats waarop je klimt; de stam çık- blijft gelijk.
  65. binmek: instappen in bus, trein of op een paardTurkse werkwoordenOtobüse, niet otobüsü: bij binmek staat het voertuig in de datief op -e/-a. De vormen biniyorum, bindim, bineceğim en het verschil met inmek.
  66. inmek: uitstappen en afdalenTurkse werkwoordenDe trap af, de bus uit, de landingsbaan op: inmek dekt ze alle drie. Zie iniyorum, indim en ineceğim, en waarom het voertuig dat je verlaat -den krijgt.
  67. dönmek: terugkeren, afslaanTurkse werkwoordenEve dönüyorum, sağa dön: de ö rondt de uitgangen af (dönüyor, döndü, dönmüyor), en de plaats waar je terugkeert krijgt -e/-a.
  68. gülmek: lachen en uitlachenTurkse werkwoordenBana gülme betekent „lach me niet uit”: wie je uitlacht, krijgt -e/-a. Daarnaast gülüyorum, güldüm, güleceğim en de ontkenning gülmüyorum.
  69. ağlamak: huilen, en de zachte ğ die blijftTurkse werkwoordenAğlıyorum, ağladım, ağlayacağım: de stam ağla- houdt zijn zachte ğ en verliest de laatste a voor -yor. Zeg wie er huilt, wanneer en waarom.
  70. giymek: dragen, aantrekkenTurkse werkwoordenJas, jurk of schoenen: giymek is het werkwoord voor kleding. Zie giyiyorum, giydim en giyeceğim, en waarom bril en horloge takmak nodig hebben.
  71. satmak: verkopenTurkse werkwoordenSattım, niet satdım: de stemloze t van sat- bepaalt de uitgang van het verleden. Leer de vormen van satmak, wie krijgt wat je verkoopt en het verschil met satın almak.
  72. ödemek: betalenTurkse werkwoordenEen rekening betalen in het Turks: vervoeg ödemek in drie tijden en zie waarom de stam ödüyor- wordt in het heden en ödeyeceğim in de toekomst.
  73. buluşmak: met iemand afsprekenTurkse werkwoordenDe persoon die je ontmoet staat niet in de accusatief: buluşmak vraagt ile/-le, zoals in seninle buluşuyorum. Met de vormen buluştum, buluşacağız, buluşmuyorum.
  74. tanışmak: kennismaken, met ileTurkse werkwoordenAyşe'yle tanıştım, niet Ayşe'yi: tanışmak heeft geen lijdend voorwerp. Leer tanıştım, tanışıyorum, tanışacağım en het achtervoegsel -le/-la voor de ontmoete persoon.
  75. geçmek: voorbijgaan, oversteken, slagenTurkse werkwoordenSınavdan geçtim, yoldan geçiyor: geçmek vraagt de ablatief voor de plaats die je passeert. Met geçiyorum, geçtim, geçeceğim en het verschil met tijd doorbrengen.
  76. gezmek: bezoeken en rondwandelen, geziyorum en gezdimTurkse werkwoordenMüzeyi gezdim, niet müzeye: wat je bezoekt krijgt de accusatief, waar je rondwandelt de locatief. Vormen: geziyorum, gezdim, gezeceğim.
  77. yıkamak: handen, afwas en auto wassenTurkse werkwoordenEllerimi yıkıyorum of duvarı yıkıyorlar? De tegenwoordige tijd van yıkamak (wassen) lijkt op die van yıkmak (slopen); het verleden, yıkadım tegenover yıktım, scheidt ze.
  78. pişirmek: kokenTurkse werkwoordenIets koken of laten garen door het eten zelf? Met pişirmek ben jij de kok, met pişmek doet het eten het. Vervoeg pişirmek en vermijd de veelgemaakte verwarring.
  79. uçmak: vliegenTurkse werkwoordenUçuyorum, uçtum, uçacağım: waarom uçmak (vliegen) na u -uyor krijgt, in het verleden een t neemt en in de toekomst zijn k tot ğ verzacht.
  80. yüzmek: zwemmen, en waarTurkse werkwoordenDenizde yüzüyorum of denize yüzüyorum? „In de zee“ krijgt -de, „naar de oever“ krijgt -e. Plus yüzüyorum, yüzdüm, yüzeceğim en de ontkenning yüzmüyorum.
  81. şehir (stad): şehre, şehri, şehrimizTurkse zelfstandige naamwoordenŞehrim, niet şehirim: de i van şehir valt weg voor een uitgang die met een klinker begint (şehri, şehre, şehrimiz), maar blijft staan in şehirde, şehirden en şehirler.
  82. kapı (deur): kapıyı, kapıya, kapısıTurkse zelfstandige naamwoordenWoorden op een klinker krijgen een verbindende y of n: ontdek waarom kapı kapıya en kapıyı wordt, maar kapısına, met alle vormen in een tabel.
  83. pencere (raam): pencereye, pencereden, penceresiTurkse zelfstandige naamwoordenPencereye of pencereden? Naar een raam kijken en door een raam kijken vragen om twee naamvallen; zie alle uitgangen van pencere met voorklinkerharmonie.
  84. sokak (straat): sokağa, sokakta, sokaklarTurkse zelfstandige naamwoordenSokakta of sokağta? Bouw de vormen van sokak (straat), zie waarom de k alleen voor een klinker ğ wordt en hoe een straatnaam als Gül Sokağı'nda zijn uitgangen krijgt.
  85. yol: weg, pad en de uitgangen die het neemtTurkse zelfstandige naamwoordenWeg, route of pad: zo krijgt yol meervouds-, bezits- en naamvaluitgangen (yollar, yolum, yolda, yoldan) en zo zeg je „de weg naar school” in het Turks.
  86. otobüs: de bus en zijn uitgangen -te en -tenTurkse zelfstandige naamwoordenOtobüste of otobüsde? Waarom de stemloze s van otobüs (bus) -te en -ten krijgt, nooit zacht wordt en hoe je zegt dat je instapt: otobüse.
  87. çocuk (kind): çocuğa, çocukta, çocuklarıTurkse zelfstandige naamwoordenBetekent çocukları „de kinderen“ of „hun kind“? Zie hoe çocuk (kind) zijn k verzacht, welke uitgangen erbij passen en waarom dezelfde spelling meer dan één betekenis kan hebben.
  88. anne: moeder, mijn moeder, aan haar moederTurkse zelfstandige naamwoordenAnneyi, annesini, annesinden: volg anne door de naamvallen, het meervoud en de bezitsvormen en zie waar de tussenletters y en n verschijnen.
  89. kardeş (broer of zus): kardeşim, kardeşte, kardeştenTurkse zelfstandige naamwoordenEén woord voor broer en zus: kardeş met meervoud, bezits- en naamvalsvormen, en waarom ş van -de een -te maakt (kardeşte, kardeşten).
  90. öğretmen (leraar): één uitgang, twee betekenissenTurkse zelfstandige naamwoordenÖğretmenim kan „mijn leraar” of „ik ben leraar” betekenen. Zie hoe öğretmen, een woord op n met een voorste klinker, -ler, -e, -de, -den en -imiz krijgt.
  91. doktor (dokter): doktorum, doktora, doktordanTurkse zelfstandige naamwoordenDoktorum betekent „mijn dokter” of „ik ben arts”. Zo krijgt doktor meervoud, bezit en naamvallen na de achterklinker o, zonder dat een klank verzacht.
  92. telefon (telefoon): telefonlar, telefonda, telefonumTurkse zelfstandige naamwoordenWaarom krijgt telefon, ondanks de e vooraan, -lar en -da in plaats van -ler en -de? Vorm meervoud, bezit en naamvallen en leer de uitdrukking telefonla kennen.
  93. çanta (tas): çantam, çantayı, çantasındaTurkse zelfstandige naamwoordenÇantam, çantan, çantası: zo krijgt een woord op -a bezittelijke uitgangen zonder extra klinker, en waarom de naamval erachter komt (çantamda).
  94. ayakkabı: schoen, mijn schoen, in de schoenTurkse zelfstandige naamwoordenTwee paar, één woord: vorm ayakkabı met -lar, -yı, -ya, -da en -dan en zie waarom het na een getal enkelvoud blijft en kk dubbel blijft.
  95. gömlek: overhemd, gömleğim en gömlekteTurkse zelfstandige naamwoordenGömleğim of gömlekim? Welke uitgang past bij het overhemd dat je draagt, strijkt of naait, en waarom de k vóór een klinker ğ wordt maar blijft in gömlekte en gömlekler.
  96. yemek: maaltijd, gerecht en akşam yemeğiTurkse zelfstandige naamwoordenAkşam yemeği of akşam yemek? Zie waarom het avondeten de -i van een samenstelling nodig heeft, hoe yemek yemeği, yemeğe en yemeğin wordt en waarom het meervoud yemekler blijft.
  97. süt (melk): sütü, süte, süttenTurkse zelfstandige naamwoordenSütte, niet südde: melk houdt haar harde t voor elke uitgang en de klinker wordt rond in sütü, sütüm en sütümüzden. Alle gangbare vormen van süt in één tabel.
  98. peynir: kaas en zijn uitgangenTurkse zelfstandige naamwoordenPeyniri of peynir? Zie hoe kaas zijn uitgangen krijgt zonder te veranderen, en wanneer het lijdend voorwerp -i nodig heeft en wanneer het kale woord klopt.
  99. elma (appel): elma yedim, elmayı yedimTurkse zelfstandige naamwoordenElma yedim of elmayı yedim? Wanneer elma (appel) de accusatief krijgt, waarom het na een telwoord enkelvoud blijft en hoe elma suyu en elmalı ontstaan.
  100. hava: weer, lucht en achtervoegselsTurkse zelfstandige naamwoordenBugün hava güzel: hava betekent weer én lucht, zonder woord voor „het”. Met havada, havaya, havası, havalar en de uitdrukking hava almak.
  101. zaman (tijd): zamanım, zamanda, zamanındaTurkse zelfstandige naamwoordenSaat kaç? is niet zaman kaç. Bouw zamanım, zamanda en zamanında en zie waarom de klok saat heet, keren kez en waarom zaman nooit verzacht.
  102. iş (werk): işe, işte, iştenTurkse zelfstandige naamwoordenNaar het werk, op het werk, van het werk: işe, işte, işten. Waarom iş na de stemloze ş -te en -ten krijgt en wat işte aan het begin van een zin betekent.
  103. yer (plek): yerde, yerim, yerindeTurkse zelfstandige naamwoordenYerde betekent op de grond, yerinde op zijn plaats: vorm alle vormen van yer (plek) en zie waarom er na het bezittelijke -i een n verschijnt.
  104. gün: dag, günü, günde, günlerTurkse zelfstandige naamwoordenCuma günü, niet cuma günde: bouw de vormen van gün (dag) met meervoud, bezit en naamvallen en ontdek waarom weekdagen het achtervoegsel -ü krijgen.
  105. Seizoenen: ilkbahar, yaz, sonbahar en kışTurkse woordgroepenYazın of yazda? De vier Turkse seizoenen ilkbahar, yaz, sonbahar en kış, en de uitgangen die „in de zomer” en „in de winter” vormen.
  106. Weerwoorden: hava, yağmak en -lıTurkse woordgroepenHava nasıl? Weerwoorden van güneş tot fırtına, bijvoeglijke naamwoorden als yağmurlu en waarom je Üşüyorum zegt en niet Ben soğuğum.
  107. Plaatsen in de stad: banka, postane, parkTurkse woordgroepenBanka, postane, hastane, park: noem veertien plaatsen in de stad, beantwoord Nerede? met -da of -de en zie waarom het markette en parkta is, nooit marketde.
  108. Voertuigen in het Turks: reizen door de stadTurkse woordgroepenBus, trein, veerboot of fiets: leer twaalf Turkse namen voor voertuigen en oefen hoe je een reis, het instappen en het uitstappen beschrijft.
  109. Meubels en huisraad: masa, dolap, koltukTurkse woordgroepenMasanın üstünde, dolabın içinde: benoem een dozijn meubels en zeg waar ze staan, met k→ğ en p→b in koltuğun en dolabın.
  110. Getallen van 21 tot 1000: tientallen, honderdtallen en binTurkse woordgroepenOtuz, kırk, elli: benoem de tientallen, bouw 125 of 2026 woord voor woord op en zie waarom het yüz lira is en niet bir yüz lira bij prijzen en jaartallen.
  111. Dagdelen: sabah, öğle, akşam, geceTurkse woordgroepenSabah, öğle, akşam, gece: benoem de dagdelen, zeg bu sabah en dün gece en begrijp waarom ze geen locatief krijgen: sabah, nooit sabahta.
  112. Sport en hobby's: oynamak of yapmak?Turkse woordgroepenFutbol oynamak, maar yoga yapmak: woorden voor sport en hobby's met het juiste werkwoord, plus yüzmek, koşmak en bisiklete binmek.
  113. İyi geceler en iyi akşamlar: welterusten, goedenavondHoe zeg je het in het TurksNeem je 's avonds afscheid of kom je net aan? İyi geceler en iyi akşamlar verschillen precies daarin, met de antwoorden sana da en size de.
  114. Aangenaam: memnun oldum en tanıştığımıza memnun oldumHoe zeg je het in het TurksIemand stelt je voor: antwoord met memnun oldum, maak het hartelijker met tanıştığımıza, beantwoord met ben de en kies sizinle als het formeel moet.
  115. Welkom heten: hoş geldiniz en hoş buldukHoe zeg je het in het TurksVerwelkom een gast met hoş geldin of hoş geldiniz, noem de plaats in de datief, zoals Türkiye'ye, en antwoord hoş bulduk als jij zelf aankomt.
  116. Gefeliciteerd met je verjaardag: doğum günün kutlu olsunHoe zeg je het in het TurksDoğum günün kutlu olsun en iyi ki doğdun wensen allebei een fijne verjaardag. Ontdek wat de -ün in günün doet, hoe -ünüz het beleefd maakt en welke wens bij wie past.
  117. Feliciteren: tebrikler, tebrik ederim, kutlarımHoe zeg je het in het TurksSeni tebrik ederim, nooit sana: leer tebrikler, tebrik ederim en kutlarım, noem de reden met için en wens geluk bij iets nieuws met hayırlı olsun.
  118. Beterschap: geçmiş olsunHoe zeg je het in het TurksGeçmiş olsun betekent „moge het voorbij zijn”. Leer beterschap wensen na ziekte of pech, de wens aan iemands moeder doorgeven en antwoorden met sağ ol.
  119. Ik hou van je: Seni seviyorumHoe zeg je het in het TurksSeni seviyorum vraagt om seni, niet sen: de geliefde persoon is lijdend voorwerp. Zie hoe ben, sen en o veranderen en zeg het dan zelf.
  120. Langzamer praten: daha yavaş konuşabilir misiniz?Hoe zeg je het in het TurksDaha yavaş konuşabilir misiniz? Bouw dit beleefde verzoek op uit de werkwoordsstam, -ebil, -ir en mi, en kies tussen misiniz voor vreemden en misin voor vrienden.
  121. Kunt u mij helpen? Vragen met edebilir misinizHoe zeg je het in het TurksBana yardım edebilir misiniz? is het beleefde verzoek: yardım, het werkwoord et- met de mogelijkheidsuitgang en mi. Leer waarom et- ed- wordt en waarom bana een datief krijgt.
  122. Tot later: görüşürüz met een tijdwoordHoe zeg je het in het TurksYarın, pazartesi of haftaya plus görüşürüz is een los afscheid met een moment; leer het verschil met görüşelim en de formele uitdrukking görüşmek üzere.
  123. Praten over hobby's en vrije tijdTurks voor elke dagMüzik dinlemeyi severim: zeg met -meyi en -mayı wat je graag doet, vraag boş zamanlarında ne yaparsın en vermijd de fout yüzmek seviyorum.
  124. Afspreken en uitnodigenTurks voor elke dagYürüyüşe çıkalım mı? Nodig uit met -elim mi en gelir misin, zeg olur als je meegaat en weiger beleefd met maalesef en een reden.
  125. Praten over het weerTurks voor elke dagYağmur yağıyor! Beschrijf het weer met hava en een bijvoeglijk naamwoord, vraag of het morgen sneeuwt en zie waarom je üşüyorum zegt als jij het koud hebt.
  126. Kleren kopen: passen en matenTurks voor elke dagVind je maat in een Turkse winkel: vraag of je iets mag passen, zeg met bana dat het te groot of te strak zit en vraag naar een andere maat of kleur.
  127. Een taxi nemen: bestemming, prijs en stoppenTurks voor elke dagZeg tegen de chauffeur Bu adrese gidiyoruz, vraag Ne kadar tutar? en vraag om een stop met Burada durabilir misiniz?, en zie waarom köprüye kadar de datief nodig heeft.
  128. Een hotelkamer boeken: oda var mı?Turks voor elke dagOdanız var mı? Boek in het Turks een hotelkamer voor twee nachten, vraag met dahil mi naar het ontbijt en schrijf het partikel mi los van het woord ervoor.
  129. Başım ağrıyor: bij de dokterTurks voor elke dagBaşım ağrıyor betekent: mijn hoofd doet pijn. Noem het lichaamsdeel met -ım, voeg ağrıyor toe en antwoord op Neyiniz var? met ateşim var of öksürüğüm var.
  130. In de apotheek: medicijnen vragen en innemenTurks voor elke dagAğrı kesiciniz var mı? Vraag in de apotheek om een medicijn en begrijp uitdrukkingen als günde iki kez, iki günde bir en yemekten sonra.
  131. TelefonerenTurks voor elke dagAlo, Ayşe'yle konuşabilir miyim? Neem op, vraag met -le/-la naar iemand, laat een bericht achter en sluit het telefoongesprek beleefd af in het Turks.
  132. bu, şu en o: dit, dat en dat daarVerwarrende Turkse woordenWelk aanwijzend woord past? Gebruik bu voor wat in je hand is, şu voor wat bij je gesprekspartner ligt of zo gezegd wordt, en o voor wat ver weg of al bekend is.
  133. değil en yok: twee manieren om nee te zeggenVerwarrende Turkse woordenBu kitap değil of Kitap yok? Leer welk Turks woord ontkent wat iets is en welk ontkent dat het er is, met korte contrastzinnen om te oefenen.
  134. gitmek of gelmek: gaan of komen?Verwarrende Turkse woordenKies tussen gitmek en gelmek door te vragen waar de spreker of de luisteraar staat: beweging van dat punt af of ernaartoe, met de naamval die elk werkwoord vraagt.
  135. bilmek of tanımak: een feit weten, iemand kennenVerwarrende Turkse woordenAdresi biliyorum, maar onu tanıyorum: het Turks splitst „weten” en „kennen” in bilmek voor feiten en vaardigheden en tanımak voor mensen en plaatsen.
  136. görmek of bakmak: zien of kijkenVerwarrende Turkse woordenHaritaya bakıyorum of haritayı görüyorum? Ontdek het verschil tussen görmek en bakmak en welke naamval het ding krijgt dat je ziet of bekijkt.
  137. dinlemek en duymak: luisteren of horenVerwarrende Turkse woordenIk hoor je, maar ik luister niet: zie hoe het Turks bewust luisteren (dinlemek) scheidt van geluid dat vanzelf binnenkomt (duymak), met voorbeelden en oefeningen.
  138. konuşmak of söylemek: praten of zeggenVerwarrende Turkse woordenPraat je Turks of zeg je het? Leer wanneer Turks konuşmak gebruikt voor praten en söylemek voor zeggen, met korte tegenstellende zinnen om te oefenen.
  139. istemek of lazım: willen en nodig hebbenVerwarrende Turkse woordenSu istiyorum of Bana su lazım? Zo zegt het Turks „willen” met een werkwoord en „nodig hebben” met lazım, en waarom de persoon verschuift naar bana, sana en ona.
  140. biraz en az: een beetje of te weinigVerwarrende Turkse woordenBiraz Türkçe konuşuyorum of Az Türkçe konuşuyorum? Zie hoe biraz een bescheiden hoeveelheid geeft en az op een tekort wijst, met korte zinsparen om te oefenen.
  141. hâlâ en artık: nog steeds of niet meerVerwarrende Turkse woordenHâlâ uyuyor of artık uyumuyor? Zie hoe hâlâ zegt dat iets doorgaat, hoe artık een verandering of einde aangeeft en hoe een ontkenning de betekenis omdraait.
  142. yeni of genç: nieuwe dingen, jonge mensenVerwarrende Turkse woordenEen telefoon is yeni, een mens is genç: leer welk Turks bijvoeglijk naamwoord bij dingen past en welk bij leeftijd, en waarom een nieuwe buurman niet jong hoeft te zijn.
  143. güzel of iyi: mooi of goedVerwarrende Turkse woordenEen mooi café met zwakke koffie laat het verschil zien: güzel prijst wat prettig is om te zien of te horen, iyi prijst kwaliteit, kunnen, gezondheid en gedrag.
  144. büyük en yüksek: groot of hoogVerwarrende Turkse woordenEen grote stad maar hoge prijzen: wanneer Turks büyük gebruikt voor grootte en leeftijd en yüksek voor hoogte, volume en niveau.
  145. öğrenmek en öğretmek: leren en onderwijzenVerwarrende Turkse woordenAli'den öğrendim of Ali'ye öğrettim? Ontdek welk Turks werkwoord leren betekent en welk iets aan iemand leren, en hoe je de persoon van wie je leert of die je iets leert markeert.
  146. oturmak of yaşamak: zitten, wonen of levenVerwarrende Turkse woordenNerede oturuyorsun? gaat over je huis, niet over je stoel. Leer wanneer oturmak zitten of op een adres wonen is en wanneer yaşamak leven betekent.
  147. sevmek of hoşlanmak: houden van of fijn vindenVerwarrende Turkse woordenSeviyorum of hoşlanıyorum? Zie hoe het Turks sevmek gebruikt voor liefde en algemeen mogen en hoşlanmak voor plezier in iets, en welke naamval elk werkwoord vraagt.
  148. Aorist of tegenwoordige duurvorm: -ir of -iyorVerwarrende Turkse woordenYağmur yağıyor of Kışın kar yağar? Leer wanneer het Turks -iyor gebruikt voor wat nu gebeurt en de aorist -ir voor gewoonten en algemene feiten, met korte voorbeelden.
  149. çünkü en bu yüzden: omdat en daaromVerwarrende Turkse woordenYorgunum, bu yüzden eve gidiyorum of eve gidiyorum, çünkü yorgunum? Zie welk woord de reden inleidt en welk het gevolg, en waarom ze nooit van plaats wisselen.
  150. ne of hangi: wat of welkeVerwarrende Turkse woordenMutfakta ne var? of Hangi çantayı alıyorsun? Leer wanneer het Turks open vraagt met ne en wanneer het om een keuze vraagt met hangi.
  151. Abi en abla: iemand die iets ouder is aansprekenTurks uit tv-seriesAli abi, Selin abla, kardeşim: welk woord past bij een oudere man, een oudere vrouw of iemand die jonger is, en wat verandert er als je je eigen broer of zus bedoelt.
  152. Hanım, Bey, Efendi: beleefd aanspreken na een naamTurks uit tv-seriesAyşe Hanım of Hanım Ayşe? Zie waarom Hanım en Bey na de voornaam komen, hoe hanımefendi alleen klinkt en waar de naamvalsuitgangen aan de titel komen.
  153. Canım, aşkım, hayatım: koosnamenTurks uit tv-seriesWat canım, aşkım, hayatım en tatlım betekenen, wie ze tegen wie zegt en hoe het achtervoegsel -ım van bebek het woord bebeğim maakt.
  154. Amca, dayı, hala en teyze: wie is wie in de familieTurks uit tv-seriesAmcam of dayım? Leer welk Turks woord oom en tante van vaders- en moederskant aanduidt en wanneer vreemden amca of teyze genoemd worden.
  155. Turkse wensen bij ziekte, een nieuw begin en verliesTurks uit tv-seriesEen nieuw huis vraagt om andere woorden dan ziekte of een overlijden. Kies de passende Turkse wens en oefen met informele en beleefde condoleances.
  156. Sorry zeggen in het Turks: özür dilerim, affedersiniz, kusura bakmaTurks uit tv-seriesWelk sorry past? Özür dilerim bij een echte fout, affedersiniz bij langslopen, kusura bakma onder vrienden: drie uitdrukkingen en voor wie ze bedoeld zijn.
  157. Turkse uitroepen: verwondering, ongeloof en navragenTurks uit tv-seriesDuizend lira voor één kaartje? Reageer in het Turks op verrassend nieuws, onderscheid bewondering van ongeloof en vraag om bevestiging zonder afwijzend te klinken.
  158. Gesproken ya: aandrang, herinnering en ongeloofTurks uit tv-seriesEen klein ya maakt van een mededeling een herinnering of klacht. Vergelijk alledaagse antwoorden en ontdek waarom Bırak ya! niet altijd “laat los” betekent.
  159. Drie kleine woorden die een Turks gesprek sturenTurks uit tv-seriesEen verduidelijking, een vondst, een herinnering: leer drie Turkse gesprekswoorden herkennen in originele dialogen en kies ze op basis van de situatie.
  160. Korte bevelen in gespannen Turkse dialogenTurks uit tv-seriesEén woord kan iemand laten stoppen, de blik sturen of iemand wegsturen. Oefen vier Turkse bevelen en kies een antwoord dat bij de handeling past.
  161. Berichten in beeld: Turkse chatafkortingen uitschrijvenTurks uit tv-seriesEen telefoonscherm toont een kort Turks antwoord: ontcijfer drie chatafkortingen en volg een verzonnen gesprek over een ontmoeting bij de deur.
  162. Thee aanbieden: aannemen en vriendelijk afslaanTurks uit tv-seriesEen glas thee opent een gesprek: bied in het Turks thee of cake aan, neem duidelijk aan of bedank vriendelijk, en kies de juiste woorden bij het aangeven.
  163. Troosten in het Turks: niet huilen, wees niet bangTurks uit tv-seriesTranen, angst of zorgen? Kies een Turkse troostende uitdrukking die bij het gevoel past, voeg geruststelling toe en oefen met originele alledaagse dialogen.
  164. Iemand missen en liefde uitspreken in het TurksTurks uit tv-seriesNa een tijd apart wil je zeggen dat je iemand hebt gemist. Verwoord gemis en liefde in het Turks, houd „jou” en „mij” uit elkaar en beantwoord het gevoel.
  165. Turkse complimenten geven en aannemenTurks uit tv-seriesEen mooi jasje, een flatterende kleur, een aardig antwoord: oefen Turkse complimenten en bedankjes in een oorspronkelijk gesprek tussen vrienden.
  166. Verloving en bruiloft in Turkse dialogenTurks uit tv-seriesVerlovingsfeest of bruiloft? Herken het feest en de personen in originele Turkse dialogen en leer het verschil tussen “mijn verloofde” en “ik ben verloofd”.
  167. Buren en de buurt in het TurksTurks uit tv-seriesAchter de voordeur ligt een woning, eromheen een buurt. Onderscheid Turkse woorden voor buren, straten en gebouwen in een speciaal geschreven gesprek.
  168. Een Turkse scène in drie kijkrondes volgenTurks uit tv-seriesDriemaal dezelfde korte scène, telkens met een ander doel: de handeling volgen, Turkse ondertitels controleren en zonder tekst luisteren. Houd ook een woordenlijst bij.
  169. Turkse achtervoegsels bekeken vanuit het EngelsVan jouw taal naar het TurksEén Turks woord kan een hele Engelse woordgroep bevatten. Ontleed bezit, plaats en persoon en ontdek wanneer een woord ook een volledige zin vormt.
  170. Turkse letters voor lezers van het ArabischVan jouw taal naar het TurksEen Turks woord behoudt zijn leesrichting in een Arabische alinea. Oefen lezen van links naar rechts, klinkers uitschrijven en letters met en zonder punt herkennen.
  171. Russische naamvallen naast Turkse achtervoegselsVan jouw taal naar het TurksEen Russische accusatief wordt niet vanzelf een Turkse accusatief. Vergelijk bestemming, plaats en object en kies de vorm op basis van betekenis en werkwoord.
  172. Van Spaanse verzwegen onderwerpen naar Turkse werkwoordsuitgangenVan jouw taal naar het TurksEen verzwegen Spaans onderwerp is een bruikbaar vertrekpunt voor het Turks. Lees de persoon af aan de werkwoordsuitgang en let op de beleefde aanspreekvorm.
  173. Van Duitse naamvallen naar Turkse uitgangen en woordvolgordeVan jouw taal naar het TurksDuitse naamvalnamen geven houvast, maar bepalen de Turkse uitgang niet. Vergelijk vragen, wachten en zinnen waarin het Turkse werkwoord achteraan staat.
  174. Van Braziliaans-Portugese voorzetsels naar Turkse achterzetselsVan jouw taal naar het TurksBraziliaans-Portugees zet em en para vóór het zelfstandig naamwoord. Vergelijk Turkse uitgangen en achterzetsels voor plaats, bestemming, herkomst en ontvanger.
  175. Van Nederlandse bijzinnen naar Turkse werkwoordsplaatsingVan jouw taal naar het TurksNederlandse bijzinnen geven houvast bij Turkse zinnen. Vergelijk mededelingen en redenen, zonder van de laatste plaats voor het werkwoord een absolute regel te maken.
  176. Van Franse lidwoorden naar Turkse namen voor dingenVan jouw taal naar het TurksFranse woorden kiezen un of une; Turkse zelfstandige naamwoorden hebben geen geslacht. Vergelijk een schrift, een tijdschrift en koffie met en zonder begeleidend woord.
  177. Turkse klanken vanuit Oekraïense leesgewoontenVan jouw taal naar het TurksOekraïense letters bieden houvast bij Turkse klanken, maar vertrouwde vormen kunnen misleiden. Oefen medeklinkers, nieuwe klinkers en letters met en zonder punt.
  178. Van Poolse naamvallen naar Turkse achtervoegselsVan jouw taal naar het TurksPoolse naamvalsuitgangen bieden houvast: ontleed “in onze tassen” als een Turkse reeks achtervoegsels en laat het bijvoeglijk naamwoord ongewijzigd.
  179. Van Italiaans naar Turks: dubbele medeklinkers en klinkersVan jouw taal naar het TurksItaliaanse dubbele medeklinkers geven je een voorsprong bij het Turks. Behoud hun lengte en onderscheid de klinkers die je niet uit de Italiaanse spelling kunt afleiden.
  180. Tellen in het Turks voor lezers van vereenvoudigd ChineesVan jouw taal naar het TurksZeven boeken kun je in het Turks rechtstreeks tellen. Vergelijk Mandarijn met Turkse getallen, optionele telwoorden, meervouden en maten voor water.
  181. Van Turks thuis naar een zelfstandige geschreven boodschapVan jouw taal naar het TurksFamiliegesprekken vormen een basis voor geschreven Turks. Vul ontbrekende context aan, behoud natuurlijke weglatingen en let op de grenzen tussen woorden.
  182. Met een vervoerskaart door IstanbulLeven in TürkiyeTegoed op je kaart, de juiste halte en een overstap: oefen Turkse zinnen om een kaart te kopen, de veerbootsteiger te vinden en naar de metro te vragen.
  183. Taxi en gedeelde minibus: bestemming, prijs en uitstappenLeven in TürkiyeEen rit begint met een vraag: oefen Turkse zinnen voor de taxi en gedeelde minibus, vraag naar de ritprijs en verzoek om een geschikte plek om uit te stappen.
  184. Pazar: kiloprijzen en beleefd om korting vragenLeven in TürkiyeEen kilo tomaten of de hele tas? Oefen Turkse marktvragen, bestel een afgewogen hoeveelheid en vraag beleefd of de verkoper korting wil geven.
  185. Bakkal, manav en kasap: winkels in de buurtLeven in TürkiyeEen pak melk of een halve kilo gehakt? Kies in het Turks de juiste buurtwinkel en vraag met een korte, beleefde zin om wat je nodig hebt.
  186. De restaurantrekening: fooi en wisselgeld in het TurksLeven in TürkiyeHet eten is op: vraag in het Turks om de rekening, onderscheid fooi van wisselgeld en begrijp waarmee je instemt als je Üstü kalsın zegt.
  187. Cadeaus bij bayram: kleding, zakgeld en bedankenLeven in TürkiyeEen ingepakt cadeautje of wat zakgeld: onderscheid bayramlık van bayram harçlığı, geef een kind een cadeau en bedank de gever in het Turks.
  188. Op bezoek in een Turks huisLeven in TürkiyeAan de voordeur begint het bezoek: oefen de Turkse begroeting, vraag of u uw schoenen uit zal trekken en bedank uw gastheer of gastvrouw voor de uitnodiging.
  189. Begroetingsgewoonten: handen, wangen en respectLeven in TürkiyeHanddruk of wangkus? Beschrijf Turkse begroetingsgebaren, begrijp het kussen van de hand van een oudere en onderscheid een gewoonte van een verplichting.
  190. Bij de apotheek: een klacht noemen en doorvragenLeven in TürkiyeApotheekdeur dicht? Oefen in het Turks hoe je de dienstapotheek vindt, hoofdpijn beschrijft en om herhaling vraagt als je het antwoord niet begrijpt.
  191. In de telefoonwinkel: aansluiting, data en beltegoedLeven in TürkiyeMobiele data of beltegoed? Oefen in het Turks hoe je een aansluiting vraagt, de hoeveelheid data en geldigheid controleert en je tegoed opwaardeert.
  192. Een huuradvertentie lezen: huur, borg en rekeningenLeven in TürkiyeGemeubileerd betekent niet dat de rekeningen inbegrepen zijn: lees een Turkse huuradvertentie, herken de borg en vraag welke kosten de huur dekt.
  193. 112: een noodsituatie beschrijven en je adres gevenLeven in TürkiyeEen ongeval, een plek, een duidelijk antwoord: oefen een kort Turks noodgesprek met een adres, een aantal personen en een verzoek om langzaam te spreken.
  194. Anneanne of babaanne: welke oma bedoel je?Turks voor thuistaalsprekersMoeders moeder of vaders moeder? Houd anneanne en babaanne uit elkaar, leer wat dede en nine betekenen en spreek je grootouders aan in het Turks.
  195. Naar huis bellen: eten, nieuwtjes en groetenTurks voor thuistaalsprekersEen vertrouwde stem aan de telefoon: beantwoord oma’s vragen, vertel iets kleins over je dag en doe de groeten aan iemand die niet aan de lijn is.
  196. Aan de familietafel: opscheppen en bedankenTurks voor thuistaalsprekersNog een portie? Neem in het Turks eten aan, sla een tweede portie vriendelijk af en bedank degene die gekookt heeft met passende tafeluitdrukkingen.
  197. Op familiebezoek: welkom, cadeautje en afscheidTurks voor thuistaalsprekersAan de deur bij familie maakt het uit wie welkom zegt en wie antwoordt. Oefen in het Turks hoe je een cadeautje geeft en afscheid neemt na je bezoek.
  198. Feestwensen voor de familie bij bayramTurks voor thuistaalsprekersEen feestwens voor je tante of de hele familie vraagt om de juiste aanspreekvorm. Oefen een warme groet, een antwoord en woorden voor feestwensen en zakgeld.
  199. Zegeningen en goede wensen in de familieTurks voor thuistaalsprekersBewondering of hoop? Kies maşallah, inşallah en geçmiş olsun in familiegesprekken en herken allahaısmarladık als afscheid van wie vertrekt.
  200. Familiefoto’s: wie staat er op de foto?Turks voor thuistaalsprekersEen oud album nodigt uit tot vertellen: benoem familieleden, zeg waar je een foto hebt gemaakt en beschrijf in een kort Turks gesprek hoe iemand was.
  201. Waar komt je familie vandaan? Praten over je herkomstTurks voor thuistaalsprekersFamiliewortels liggen soms ergens anders dan je huidige huis. Oefen in het Turks het verschil tussen herkomst, geboorteplaats en de plek waar je nu woont.
  202. Zomer bij de familie in het dorpTurks voor thuistaalsprekersTwee weken bij opa: praat in het Turks over een zomerbezoek aan het dorp, hoelang je blijft, wat er te eten is en de plannen voor morgen.
  203. Wat ouders zeggen: honger, kou en aansporingenTurks voor thuistaalsprekersEen vest, een kom soep, een korte vraag: begrijp zorgzame Turkse zinnen thuis en kies een antwoord dat past bij de vraag of aansporing van je familie.
  204. De bus gemist: een Turks verhaal op A2-niveauTurkse verhalenEen gemiste ochtendbus dwingt een student een andere route te zoeken. Lees dit oorspronkelijke Turkse A2-verhaal en leid uit de tijden af hoe zijn reis eindigt.
  205. Een briefje in de theetuin: een A2-verhaalTurkse verhalenTwee grote bomen en een onduidelijk briefje: lees een Turks A2-verhaal en volg de aanwijzingen waarmee twee vrienden elkaar in de theetuin vinden.
  206. De verkeerde paraplu: Turks verhaal op A2Turkse verhalenEen rood touwtje aan het handvat brengt een verwisseling aan het licht. Lees dit Turkse A2-verhaal en leid uit de aanwijzingen af van wie elke paraplu is.
  207. Afdingen op de markt: een Turks A2-verhaalTurkse verhalenTwee kilo appels en drie prijzen: volg een oorspronkelijk Turks A2-verhaal, ontdek welke prijs wordt afgesproken en bereken het wisselgeld.
  208. De nieuwe buurman: een geleende pan en een uitnodigingTurkse verhalenEen geleende soeppan brengt twee buren bij elkaar. Lees een Turks A2-verhaal, volg wie wat terugbrengt en voorspel met de laatste aanwijzingen het vervolg.
  209. De vermiste kat: aanwijzingen volgen in het TurksTurkse verhalenEen blauwe halsband geeft de doorslag in dit originele Turkse A2-verhaal. Volg Elifs zoektocht door de buurt en verklaar de afloop met aanwijzingen uit de tekst.
  210. De doktersafspraak: een Turks A2-verhaalTurkse verhalenEen blauw briefje en een plotselinge bui veranderen Elifs ochtend. Lees dit oorspronkelijke Turkse A2-verhaal en onderscheid haar plan van wat echt gebeurt.
  211. De verjaardagsverrassing: een Turks A2-verhaalTurkse verhalenTaart in de keuken en schoenen bij de deur verraden een geheim verjaardagsplan. Lees een oorspronkelijk Turks A2-verhaal en onderscheid gedachten van feiten.
  212. Kamers en spullen op kantoor in het TurksTurks op het werkPrinter, bureau en vergaderruimte: benoem alledaagse kantoorspullen in het Turks en vertel waar ze staan, ook met de vorm toplantı odasında.
  213. Werktijden: beginnen, stoppen en werkdagenTurks op het werkOm negen beginnen of op zaterdag werken? Vraag in het Turks naar werktijden en werkdagen en vertel wanneer jouw werkdag begint en eindigt.
  214. Collega’s, leidinggevenden en je team in het TurksTurks op het werkWie zit er in jullie team? Stel in het Turks een collega voor, maak onderscheid tussen een manager en een baas en oefen een kort gesprek over je werkrelaties.
  215. Een bezoeker aan je team voorstellenTurks op het werkBij de kantoordeur heet je een bezoeker welkom in het Turks. Stel haar voor aan je collega’s en noem haar naam en afdeling in een kort, beleefd gesprek.
  216. Lunchen met collega’s: uitnodigingen en pauzesTurks op het werkNog tien minuten tot de lunch? Nodig een collega uit in het Turks, stel een later vertrek voor en onderscheid de duur van een pauze van het begin ervan.
  217. Doorgeven dat je te laat komt of niet kunt komen werkenTurks op het werkEen vertraagde bus of een ziektedag: vertel in het Turks of je later komt of niet kunt komen werken, en geef aan wanneer je ongeveer aankomt.
  218. Korte Turkse chatberichten aan collega’sTurks op het werkEen bestand, een vergadertijd en een snel antwoord: oefen Turkse werkchats en maak duidelijk wie het volgende bericht zal sturen.
  219. Een kort Turks bericht met genoeg informatieSchrijven in het TurksEen trage bus verandert je plannen: schrijf een kort Turks bericht met een aankomsttijd, een duidelijke vraag en een passende afsluiting.
  220. Een Turks formulier invullen: naam, datum en adresSchrijven in het TurksEen naamvak vraagt om een naam, niet om een zin. Oefen Turkse veldnamen, geboortedata en adresgegevens met een fictief formulier voor de les.
  221. Een boodschappenlijst in het Turks schrijvenSchrijven in het TurksEen pak, een kilo of zes eieren? Maak een duidelijke Turkse boodschappenlijst met hoeveelheden, handige eenheden en korte regels zonder informatieverlies.
  222. Een bedankbriefje met een persoonlijk detailSchrijven in het TurksEen gekregen schrift is een mooie aanleiding voor een Turks bedankbriefje: benoem het cadeau, voeg een persoonlijk detail toe en kies een passende afsluiting.
  223. Een vakantiekaart in het TurksSchrijven in het TurksEen groet vanaf zee: schrijf een Turkse ansichtkaart met een persoonlijke aanhef, korte berichten over je vakantie en een hartelijke afsluiting boven je naam.
  224. Een Turkse uitnodiging voor het avondeten schrijvenSchrijven in het TurksEen etentje zaterdag, antwoord uiterlijk vrijdag: schrijf een Turkse uitnodiging met de aanleiding, dag, tijd en plaats, plus een verzoek om te reageren.
  225. Een dag in je Turkse dagboekSchrijven in het TurksOntbijt op het balkon, een boek in de middag: maak van de kleine gebeurtenissen van vandaag een Turks dagboekstukje met een duidelijke volgorde en afsluiting.
  226. TYS en TÖMER: wegwijs in Turkse taalexamensTurkse examens voorbereidenAchter een examennaam schuilen verschillende doelen: onderscheid TYS van universitaire TÖMER-toetsen, herken de vier vaardigheden en vind officiële voorbeelden.
  227. Het juiste woord: Turks oefenen met contextTurkse examens voorbereidenEen open plek vraagt om context: kies het passende Turkse woord uit vier opties en let op tegenstellingen en ontkenning in originele oefeningen op A2-niveau.
  228. Naamvalsuitgangen kiezen: vier korte oefeningenTurkse examens voorbereidenVier invulzinnen onderscheiden voorwerp, bestemming, plaats en vertrekpunt. Kies de Turkse naamvalsuitgang op betekenis en leg je keuze uit.
  229. Korte mededelingen: vind het gevraagde detailTurkse examens voorbereidenSluitingstijd, stoelnummer of een nieuwe ontmoetingsplek: zoek de juiste informatie in korte Turkse mededelingen, kaartjes en berichten op A2-niveau.
  230. Turkse vragen aan passende antwoorden koppelenTurkse examens voorbereidenEen bekend woord kan je misleiden. Koppel Turkse vragen, uitnodigingen en aanbiedingen aan een passende reactie in vier oefeningen op niveau A2.
  231. TYS voorbereiden: een studieplanning voor acht wekenTurkse examens voorbereidenAcht weken op de kalender: verdeel Turkse oefeningen, taken op tijd en foutcorrectie met een oorspronkelijk voorbeeldschema en planningszinnen op A2-niveau.
  232. Op bayrambezoek: groeten aan de deurTurkse cultuur en gebruikenBij een bayrambezoek begroet je de gastheer of gastvrouw, wens je hetzelfde terug en reageer je op een aanbod. Oefen zinnen voor beide feesten.
  233. Turkse nationale feestdagen: namen en dataTurkse cultuur en gebruiken23 april, 19 mei en 29 oktober horen bij verschillende feestdagen. Koppel de Turkse namen aan de data en gebruik ze in eenvoudige zinnen.
  234. Turkse theecultuur: glazen, potten en smaakTurkse cultuur en gebruikenEen glas met een smalle taille laat je kennismaken met Turkse thee: benoem het theegerei en maak onderscheid tussen sterkte en suiker.
  235. Turkse tafelmanieren: bedanken voor het kokenTurkse cultuur en gebruikenSamen aan tafel kies je de juiste woorden: wens anderen smakelijk eten, bedank degene die kookte en sla een extra portie beleefd af in het Turks.
  236. De zeven regio’s van Turkije in het TurksTurkse cultuur en gebruikenZeven regionamen maken de kaart van Turkije tot taalhulp: verbind theevelden, olijfbomen en bergen met plaatsen en houd de regio en de zee uit elkaar.
  237. Turks typen: toetsenbord instellen en letters testenMethoden om Turks te lerenEen ontbrekende punt verandert wat je typt. Stel een Turks toetsenbord in, test ç, ğ, ı, İ, ö, ş en ü en controleer je woorden na automatische correcties.
  238. Elke dag tien minuten Turks oefenenMethoden om Turks te lerenTien minuten na het ontbijt bieden ruimte voor Turks: lezen, spreken en controleren. Kies op drukke dagen de korte versie van twee minuten met één zin.
  239. Een Turks woordenschrift om mee te schrijvenMethoden om Turks te lerenVier kolommen geven Turkse woorden houvast: de woordenboekvorm, de betekenis in de zin, een bruikbare vorm en een eigen voorbeeldzin.
  240. Turkse woorden gespreid herhalenMethoden om Turks te lerenEen bekend ogend woord kun je niet altijd zelf oproepen. Plan herhalingen van Turkse woorden en pas de tussenpozen aan op basis van je antwoorden.
  241. Leer woorden met achtervoegsels als hele vormenMethoden om Turks te lerenTas, mijn tas, in mijn tas: haal Turkse woordvormen op vanuit hun precieze betekenis en verander daarna één detail zonder de rest te verliezen.